De regering moet de Subsidieregeling Duurzame Luchtvaartbrandstoffen (SDL) zo snel mogelijk in 2026 openstellen. Vertraging zorgt voor onzekerheid bij investeerders, waardoor projecten naar het buitenland kunnen verhuizen. Dit schaadt de klimaatdoelen en het behalen van de Europese ReFuelEU-regels voor brandstoffen vanaf 2030.
Motie van de leden Köse en Zwinkels over zich maximaal inspannen om de SDL zo spoedig mogelijk in 2026 open te stellen en verdere vertraging te voorkomen
De kamer,
constaterende dat de openstelling van de Subsidieregeling Duurzame
Luchtvaartbrandstoffen (SDL) oorspronkelijk was voorzien na het
zomerreces, maar recente kabinetsuitingen wijzen op een mogelijke
vertraging tot eind 2026;
overwegende dat de tijdige openstelling van de SDL van groot belang is
voor de ontwikkeling van projecten voor synthetische duurzame luchtvaartbrandstoffen in Nederland;
overwegende dat vertraging van openstelling van de SDL leidt tot
onzekerheid voor initiatiefnemers en investeerders, en daarmee het risico
vergroot dat projecten vertraging oplopen of buiten Nederland worden
gerealiseerd;
overwegende dat het uitblijven van tijdige openstelling van de SDL de
opschaling van eSAF-productiecapaciteit belemmert, terwijl die noodzakelijk is met het oog op de bijmengverplichting uit de ReFuelEU Aviationverordening vanaf 2030;
overwegende dat versnelling van duurzame brandstoffenproductie van
belang is voor het halen van de klimaatdoelen, het verstevigen van het
concurrentie- en verdienvermogen én het verminderen van afhankelijkheid van het buitenland;
verzoekt de regering zich maximaal in te spannen om de SDL zo spoedig
mogelijk in 2026 open te stellen en verdere vertraging te voorkomen.