De regering moet pleiten voor een versnelde beoordeling van biologische gewasbeschermingsmiddelen bij de EFSA (Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid) en alle EU-landen. Deze middelen zijn nodig om minder gif te gebruiken in de landbouw. Nu gaat de controle in Europa te traag door een gebrek aan kennis en capaciteit.
Motie van het lid Podt c.s. over pleiten voor een versnelde beoordeling van biocontrol
De kamer,
overwegende dat in de Omnibus Food and Feed Safety voorstellen voor
versnelde toelating van biocontrol worden gedaan;
overwegende dat biocontrolstoffen en -middelen belangrijk zijn voor
weerbare teelten met minimale inzet van gewasbeschermingsmiddelen en
dat de sector al jaren vraagt om versnelde toelating van biologische
middelen;
overwegende dat de huidige «green lane» van het Ctgb leidt tot snellere
(her)beoordeling van biocontrolmiddelen;
overwegende dat bij EFSA en andere lidstaten onvoldoende kennis en
capaciteit is om biocontrolstoffen en -middelen te beoordelen;
overwegende dat een goede beoordeling van biocontrols noodzakelijk is,
omdat ook hier extreem toxische stoffen tussen kunnen zitten, die de
gezondheid van boeren, omwonenden, de waterkwaliteit en de natuur
bedreigen;
overwegende dat de door de Commissie voorgestelde definitie voor
biocontrol heeft geleid tot kritiek en zorgen bij het kabinet, het Ctgb en
maatschappelijke organisaties;
verzoekt de regering om samen met gelijkgestemde lidstaten te pleiten
voor een versnelde beoordeling van biocontrol in een variant op de
Nederlandse «green lanes» bij zowel EFSA als verplicht bij alle lidstaten,
voor micro-organismen en chemische stoffen die aan de door het Ctgb
aangescherpte definitie van biologische middelen voldoen.
Argumenten voor: De partij zet stevig in op de uitbreiding van de biologische landbouw [1] en wil dat het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen tot een minimum wordt beperkt [3]. Daarnaast streeft de partij naar een verbod op chemische bestrijdingsmiddelen die schadelijk kunnen zijn, omdat voedsel gezond moet zijn [4]. Aangezien biocontrol een middel is voor teelten met minimale inzet van chemische gewasbeschermingsmiddelen, sluit de versnelde toelating hiervan aan bij de wens om de transitie naar duurzame landbouw te versnellen [3].
Argumenten tegen: De partij hecht grote waarde aan natuurherstel, biodiversiteit en waterkwaliteit [5]. In de motie wordt erkend dat er ook bij biocontrol extreem toxische stoffen kunnen zitten die de natuur, waterkwaliteit en gezondheid kunnen bedreigen. De partij zou daarom kunnen vrezen dat een versnelde beoordelingsprocedure de veiligheid en de strikte milieunormen waar zij in Europa voor strijdt [2], in gevaar brengt.
Bronnen:
"Biologische landbouw. Biologische boeren laten al jaren zien dat het produceren van gezond en hoogwaardig voedsel met een kleine voetafdruk mogelijk is. Wij zetten daarom stevig in op uitbreiding van de biologische landbouw. We helpen boeren bij het omschakelen en geven hen een eerlijke vergoeding voor het beheren van ons landschap. Ook stimuleren we het bijmengen van biologische producten en biologische inkoop."
"Ondernemen met natuur. De boer is behalve voedselproducent ook beheerder van ons landschap. Boeren krijgen een eerlijke vergoeding voor het landschapsbeheer, bijvoorbeeld als ze werken met teeltvrije zones, kruidenrijk grasland, natuurvriendelijke oevers, water- en CO₂-opslag, weidevogelbeheer of landschapselementen. Dat maakt het voor hen aantrekkelijker om meer nadruk te leggen op natuurbeheer in de bedrijfsvoering. Overheden gaan daarom langjarige contracten aan met boeren en in Europa strijden we voor hoge milieunormen en voor Europese landbouwsubsidies die goede omgang met de natuur belonen."
"Van industriële naar duurzame landbouw. De jarenlange focus op schaalvergroting en intensivering heeft de natuur en boeren uitgeput. Het aantal boeren neemt af terwijl het aantal megastallen stijgt. Industriële landbouw is slecht voor ons klimaat, onze natuur, ons landschap, dierenwelzijn en onze gezondheid. Een groot deel van het geproduceerde eten exporteren we naar het buitenland, terwijl wij met de vervuiling blijven zitten. We passen daarom onze productiecapaciteit aan naar wat onze natuur aankan. Daarbij kiezen wij voor een grondgebonden en natuurinclusieve landbouw, waarbij het aantal landbouwdieren wordt aangepast aan de hoeveelheid veevoer die in de directe omgeving kan worden geproduceerd, en de hoeveelheid mest die daar kan worden uitgereden. Dat leidt onvermijdelijk tot een krimp van de veestapel en een einde aan de bio-industrie. Sectoren die voor het overgrote deel produceren voor de export, moeten als eerste krimpen. Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest wordt tot een minimum beperkt."
"Verbod op landbouwgif. Voedsel van het land moet gezond zijn. Daarom komt er een verbod op chemische bestrijdingsmiddelen die schadelijk kunnen zijn. We verbieden per direct glyfosaat, PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen en het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen bij lelieteelt. Ook komt er een verbod op chemische bestrijdingsmiddelen in en rondom natuur- en waterwingebieden."
"Prioriteit aan natuurherstel. Naast teveel stikstof, leidt de natuur onder verdroging, teruglopende biodiversiteit, verslechterende waterkwaliteit, versnippering en overexploitatie. We starten een ambitieus programma om onze natuur op orde te brengen, zowel binnen als buiten beschermde natuurgebieden. Natuurbescherming is een randvoorwaarde voor herstel. We voeren daarom de Europese Biodiversiteitsstrategie 2030 volledig uit. Dit houdt in dat minimaal 30% van het landoppervlak en 30% van het Nederlandse deel van de Noordzee wettelijk wordt beschermd, waarvan een belangrijk deel strikt beschermd wordt."