De regering moet onderzoeken of het vooraf controleren van documenten bij scholen echt werkt om risico's te ontdekken. De onderwijsinspectie en de Raad van State twijfelen namelijk of deze papieren controles effectief zijn.
Motie van het lid Stoffer c.s. over een effectmeting van voorafgaand toezicht bij bekostigde en niet-bekostigde scholen voor het detecteren van risico's
De kamer,
overwegende dat binnen vijf jaar een evaluatie wordt uitgevoerd van het
wetsvoorstel;
constaterende dat het wetsvoorstel en het beoordelen van initiatieven van
nieuwe bekostigde scholen hoge verwachtingen hebben van het
voorafgaande toezicht op basis van documenten, maar dat de onderwijsinspectie en de Raad van State de waarde hiervan sterk relativeren;
verzoekt de regering als onderdeel van de evaluatie een effectmeting te
laten uitvoeren van in hoeverre het voorafgaande toezicht op basis van
documenten bij bekostigde en niet-bekostigde scholen in de praktijk
effectief is gebleken om scholen met risico’s te detecteren.
Argumenten voor: De partij stelt dat beleid betrouwbaar, effectief en toetsbaar moet zijn en wil evaluatie verankeren als een vast onderdeel van iedere beleidscyclus [2]. De motie vraagt specifiek om een effectmeting als onderdeel van een evaluatie, wat direct aansluit bij dit principe [2]. Daarnaast wil de partij dat de Onderwijsinspectie minder waarde hecht aan cijfers en de 'toetscultuur' loslaat, maar meer uitgaat van vertrouwen in de onderwijsprofessional [1].
Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het verkiezingsprogramma die redenen geven om tegen een effectmeting of evaluatie van het toezicht te stemmen.
Bronnen:
"De Onderwijsinspectie gaat minder waarde hechten aan cijfers die leerlingen halen. Zo krijgen scholen de ruimte om afscheid te nemen van de toetscultuur. We moedigen het aan om breder te kijken naar de prestaties van scholen en de voortgang van leerlingen niet enkel in cijfers te vatten. De inspectie kijkt naar de ontwikkeling van leerlingen en gaat uit van vertrouwen in de onderwijsprofessional."
"Beleid moet betrouwbaar, effectief en toetsbaar zijn. We verankeren wetenschappelijke onderbouwing, fact checking, kennisdeling en evaluatie als vast onderdeel van iedere beleidscyclus. Daarbij wordt kritisch gekeken naar onderzoek dat, gefinancierd door economische belangen, bedoeld is om twijfel te zaaien, bijvoorbeeld over de schadelijkheid van producten. Zo zorgen we ervoor dat publieke middelen het welzijn van mens, dier en natuur daadwerkelijk verbeteren."