De regering moet voor het schooljaar 2026-2027 een enkelvoudig toetsadvies voor het praktijkonderwijs mogelijk maken. Nu krijgen leerlingen vaak meerdere adviezen. Hierdoor starten te veel leerlingen op een te hoog niveau, zoals basis of kader. Dit blijkt vaak onhaalbaar, waardoor zij alsnog overstappen naar het praktijkonderwijs.
Motie van de leden Boomsma en Rooderkerk over een enkelvoudig toetsadvies praktijkonderwijs voor het schooljaar 2026-2027
De kamer,
constaterende dat de praktijk van het meervoudig toetsadvies bij de
doorstroomtoets in het praktijkonderwijs leidt tot een opmerkelijke daling
van het aantal leerlingen dat vanuit groep 8 binnenkomt;
constaterende dat door dit meervoudige toetsadvies meer leerlingen eerst
starten op basis/kader, maar dat dit vaak onhaalbaar blijkt, waardoor deze
leerlingen alsnog overstappen naar het praktijkonderwijs;
verzoekt de regering voor het schooljaar 2026–2027 een enkelvoudig
toetsadvies praktijkonderwijs mogelijk te maken, zoals dat ook kan voor
het vwo.
Argumenten voor: De partij streeft naar een soepelere en eerlijkere overgang van het primair naar het voortgezet onderwijs [1]. De motie stelt dat de huidige praktijk juist leidt tot een onhaalbare start op basis/kader-niveau, wat in strijd is met de wens van de partij dat er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen in plaats van naar labels en indicaties [1]. Daarnaast wil de partij jongeren stimuleren om vol vertrouwen te kiezen voor het vmbo [2], wat bevorderd wordt als leerlingen direct op het juiste niveau instromen.
Argumenten tegen: De partij pleit voor later selecteren om de overgang van het primair naar het voortgezet onderwijs soepeler te laten verlopen [1]. Het mogelijk maken van een enkelvoudig toetsadvies voor het praktijkonderwijs aan het einde van groep 8 zou kunnen worden gezien als een vorm van vroege selectie.
Bronnen:
"Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."
"Of het nu in de zorg, techniek of bouw is: onze samenleving en arbeidsmarkt kan niet zonder vakmensen. We zetten in op positieve beeldvorming en stimuleren jongeren om vol vertrouwen te kiezen voor het vmbo en het mbo. Er komt gericht beleid voor meer praktisch gericht onderwijs, bijvoorbeeld de techniekhavo. Het mbo moet toegankelijk zijn voor instromers zonder startkwalificatie na beoordeling door de opleiding. De samenwerking tussen mboinstellingen en werkgevers wordt versterkt, zodat elke jongere verzekerd is van een kwalitatief goede stageplaats, inclusief stagevergoeding."