De regering moet onderzoeken waarom steeds meer ouders kiezen voor particulier onderwijs of b3-scholen (kleine, alternatieve scholen). Ouders zijn vaak ontevreden over de kwaliteit, veiligheid of pedagogische koers van het huidige onderwijsaanbod.
Motie van het lid Van Duijvenvoorde over onderzoeken welke factoren bijdragen aan de groeiende vraag naar alternatieve onderwijsinitiatieven
De kamer,
constaterende dat het aantal initiatieven voor particulier onderwijs en
b3-scholen de afgelopen jaren is toegenomen;
overwegende dat dergelijke initiatieven mede kunnen voortkomen uit
onvrede van ouders over de kwaliteit, veiligheid, pedagogische koers of
levensbeschouwelijke neutraliteit van het bestaande onderwijsaanbod;
overwegende dat duurzame versterking van het onderwijs niet alleen
vraagt om toezicht op nieuwe initiatieven, maar ook om reflectie op de
oorzaken waardoor ouders alternatieven zijn gaan zoeken;
verzoekt de regering te onderzoeken welke factoren bijdragen aan de
groeiende vraag naar alternatieve onderwijsinitiatieven, waaronder
b3-scholen, en de Kamer hierover te informeren.
Argumenten voor: De partij hecht grote waarde aan de onderwijsvrijheid en het recht van ouders om hun kinderen op te voeden volgens eigen normen, waarden en overtuigingen [2][1]. Omdat ouders de primaire verantwoordelijkheid dragen voor de vorming van hun kinderen en het beste weten wat hun kind nodig heeft [2][1], sluit een onderzoek naar de redenen waarom ouders kiezen voor alternatief onderwijs aan bij de visie dat ouders vrij moeten kunnen kiezen voor onderwijs dat bij hun visie past [5]. Daarnaast streeft de partij naar goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling van ieder kind [4].
Argumenten tegen: De partij vindt dat het onderwijs momenteel onder druk staat door te veel politieke wensen, eisen en controle [3]. Zij pleiten ervoor dat scholen juist meer rust, ruimte en vertrouwen krijgen om hun werk te doen [3]. Bovendien stelt de partij dat de overheid slechts randvoorwaarden moet stellen en de uitvoering moet respecteren [6]. Een regeringsonderzoek naar de oorzaken van de groei van alternatieve scholen zou kunnen worden gezien als een vorm van extra politieke bemoeienis of controle.
Bronnen:
"Onderwijs is meer dan het overdragen van kennis. Het vormt kinderen en jongeren tot wie ze zijn, hoe ze in het leven staan en hoe ze bijdragen aan de maatschappij. De verantwoordelijkheid voor die vorming ligt in de eerste plaats bij de ouders. Ouders hebben het recht hun kinderen qua normen, waarden en (geloofs)overtuiging op te voeden zoals zij dat willen. Dat recht werkt door in het onderwijs. Het grondwettelijke recht op onderwijsvrijheid maakt het mogelijk dat verschillende levensbeschouwelijke en pedagogische visies naast elkaar bestaan en versterkt de diversiteit en keuzevrijheid in het onderwijs. Het biedt een sterke garantie voor vormend onderwijs en betrokkenheid van ouders."
"Het is niet de taak van de overheid om te bepalen hoe kinderen worden opgevoed. Die verantwoordelijkheid ligt bij de ouders. Zij kennen hun kinderen het best en dragen zorg voor hun ontwikkeling. De opvoeding is primair de plek voor het overdragen van diepere waarden en zingeving. Pedagogische relaties in het gezin en rondom het gezin moeten beschermd worden zodat ze deze taak kunnen volbrengen. Ouders en andere opvoeders hebben ruimte en vrijheid nodig om hun kinderen op te voeden volgens hun eigen normen, waarden en (geloofs)overtuiging. Juist ook in de keuze voor onderwijs. Onderwijsvrijheid is een fundamenteel recht dat bescherming nodig heeft."
"Het onderwijs staat onder druk door lerarentekorten en doordat de politiek te veel van haar eigen wensen en eisen bij de scholen neerlegt. Scholen en hoger onderwijsinstellingen ervaren te veel controle, waar juist vertrouwen gevraagd wordt. Het is van belang dat scholen rust en ruimte krijgen om hun werk te doen. Daar wordt onderwijs beter van."
"Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."
"Ouders kunnen vrij kiezen voor onderwijs dat past bij hun levensovertuiging of onderwijskundige visie. De ChristenUnie staat daarom pal voor artikel 23 uit de Grondwet. Scholen behouden hun vrijheid in inrichting (dus niet nog meer wettelijke deugdelijkheidseisen), personeelsbeleid en financiering via lumpsum, met extra middelen voor identiteit en kleine scholen. Levensbeschouwelijk onderwijs in het openbaar onderwijs wordt gewaarborgd en leerlingenvervoer beschermd."
"Nederlandse kinderen kunnen steeds slechter rekenen en schrijven. Deze trend is zorgelijk en moet gekeerd. Basisvaardigheden dienen gedurende de hele schoolcarrière onderhouden te worden. De overheid respecteert dat de uitvoering in handen is van scholen en stelt alleen randvoorwaarden. Scholen waarvan kinderen goed presteren delen hun lessen met andere scholen. We blijven investeren in voor- en vroegschoolse educatie en nieuwkomersonderwijs."