Oorzaken groei alternatief onderwijs

De regering moet onderzoeken waarom steeds meer ouders kiezen voor particulier onderwijs of b3-scholen (kleine, alternatieve scholen). Ouders zijn vaak ontevreden over de kwaliteit, veiligheid of pedagogische koers van het huidige onderwijsaanbod.

Motie van het lid Van Duijvenvoorde over onderzoeken welke factoren bijdragen aan de groeiende vraag naar alternatieve onderwijsinitiatieven

De kamer, constaterende dat het aantal initiatieven voor particulier onderwijs en b3-scholen de afgelopen jaren is toegenomen; overwegende dat dergelijke initiatieven mede kunnen voortkomen uit onvrede van ouders over de kwaliteit, veiligheid, pedagogische koers of levensbeschouwelijke neutraliteit van het bestaande onderwijsaanbod; overwegende dat duurzame versterking van het onderwijs niet alleen vraagt om toezicht op nieuwe initiatieven, maar ook om reflectie op de oorzaken waardoor ouders alternatieven zijn gaan zoeken; verzoekt de regering te onderzoeken welke factoren bijdragen aan de groeiende vraag naar alternatieve onderwijsinitiatieven, waaronder b3-scholen, en de Kamer hierover te informeren.
13 mei | FVD | Aangenomen: 124–26 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma Volt

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij streeft naar passend onderwijs waarbij de ontplooiing van het karakter, talent en de mentale capaciteit van elk kind centraal staat [7]. Zij erkennen dat het onderwijs niet altijd aansluit op de vaardigheden die in de toekomst nodig zijn [3] en dat niet iedereen start met dezelfde kansen [3][5]. Daarnaast steunt de partij het idee dat leerlingen die uitvallen de mogelijkheid moeten krijgen om budget te besteden aan onderwijs dat hun verdere ontwikkeling mogelijk maakt, ook als dit niet tot een diploma leidt [4]. Een onderzoek naar waarom ouders alternatieven zoeken, sluit aan bij de wens om een stimulerende omgeving te bieden waarin elk kind zich kan ontwikkelen [7][2].

Argumenten tegen: De partij richt zich primair op het verhogen van de kwaliteit binnen het bestaande primair en middelbaar onderwijs door te investeren in kleinere klassen, meer ondersteuning en regionale samenwerking [1][6].

Bronnen:

  1. "We verhogen de kwaliteit van het primair en middelbaar onderwijs door structureel te investeren in kleinere klassen en meer onderwijsondersteuners. We beginnen op scholen in kansarme wijken waar de onderwijsdruk het hoogst is. Daarbij zetten we in op extra opleidingsplaatsen voor onderwijsassistenten en een verruiming van zij-instroomtrajecten, zodat er voldoende handen in de klas beschikbaar komen. Ook ondersteunen we het maken van regionale samenwerkingsafspraken tussen schoolbesturen, gemeenten en lerarenopleidingen over de spreiding van personeel, stageplaatsen en werkdrukverlichting."
  2. "We verkennen het opzetten van ontwikkel- en leergemeenschappen waar instanties voor onderwijs, opvang, zorg, cultuur en sport samenwerken. Deze gemeenschappen bieden kinderen een veilige en stimulerende omgeving waarin ze zich stap voor stap kunnen ontwikkelen - vanaf jonge leeftijd tot en met de overstap naar het voortgezet onderwijs."
  3. "Gelijke kansen beginnen in de klas. Ieder kind moet zich kunnen ontwikkelen, ongeacht inkomen, afkomst of woonplaats. Maar niet iedereen start met dezelfde kansen. Toegang tot onderwijs en kinderopvang verschilt nog te vaak per regio of gezinssituatie. Ook sluit het onderwijs niet altijd aan op de vaardigheden die in de toekomst nodig zijn."
  4. "Leerlingen die langdurig uitvallen in het basisonderwijs of voortgezet onderwijs en daardoor thuiszitten, moeten de mogelijkheid krijgen om gebruik te maken van het budget dat voor hen ingezet zou worden om een school te kunnen bezoeken. Dan kunnen zij dit bedrag via het samenwerkingsorgaan besteden aan onderwijs dat niet noodzakelijkerwijs leidt tot een diploma, maar wel hun verdere ontwikkeling mogelijk maakt."
  5. "Een goede start in het leven begint op school. Ieder kind moet dezelfde kansen krijgen om talenten te ontwikkelen, ongeacht achtergrond of inkomen. Ook studeren moet voor iedereen toegankelijk zijn, zonder financiële drempels. De afgelopen jaren hadden studenten te maken met hoge kosten en onzekerheid. Dat moet veranderen. We zorgen dat studeren toegankelijker wordt, met een hogere basisbeurs en een verplichte stagevergoeding. Studenten krijgen meer ruimte om zich te ontwikkelen."
  6. "We willen een structurele investering in onderwijsregio's om zo het onderwijs beschikbaar te houden en het lerarentekort terug te dringen. In onderwijsregio's nemen partijen gezamenlijke verantwoordelijkheid voor hun regionale onderwijsarbeidsmarkt. Door samen te werken in de regio bij het werven, koppelen, opleiden, begeleiden en professionaliseren kunnen ze beter inspelen op de personeelstekorten."
  7. "Volt wil passend onderwijs voor ieder individu, waarbij de ontplooiing van karakter, talent en mentale capaciteit van elk kind het uitgangspunt moet zijn. Het kind komt centraal te staan in ons onderwijsmodel, waarbij we inzetten op een inclusieve en stimulerende omgeving voor iedereen."