De regering moet onderzoeken waarom steeds meer ouders kiezen voor particulier onderwijs of b3-scholen (kleine, alternatieve scholen). Ouders zijn vaak ontevreden over de kwaliteit, veiligheid of pedagogische koers van het huidige onderwijsaanbod.
Motie van het lid Van Duijvenvoorde over onderzoeken welke factoren bijdragen aan de groeiende vraag naar alternatieve onderwijsinitiatieven
De kamer,
constaterende dat het aantal initiatieven voor particulier onderwijs en
b3-scholen de afgelopen jaren is toegenomen;
overwegende dat dergelijke initiatieven mede kunnen voortkomen uit
onvrede van ouders over de kwaliteit, veiligheid, pedagogische koers of
levensbeschouwelijke neutraliteit van het bestaande onderwijsaanbod;
overwegende dat duurzame versterking van het onderwijs niet alleen
vraagt om toezicht op nieuwe initiatieven, maar ook om reflectie op de
oorzaken waardoor ouders alternatieven zijn gaan zoeken;
verzoekt de regering te onderzoeken welke factoren bijdragen aan de
groeiende vraag naar alternatieve onderwijsinitiatieven, waaronder
b3-scholen, en de Kamer hierover te informeren.
Argumenten voor: De partij ziet een structurele afbraak van de onderwijskwaliteit en een toename van functioneel analfabetisme [2], wat aansluit bij de motie dat onvrede over kwaliteit een reden kan zijn voor ouders om alternatief onderwijs te zoeken. Daarnaast observeert de partij een explosieve groei van specifiek islamitisch onderwijs [1]. Bovendien stelt de partij dat zaken die niet met basisvaardigheden te maken hebben, zoals politiek, vallen onder de opvoeding en daarmee de verantwoordelijkheid van de ouders zijn [6][3].
Argumenten tegen: De partij is fel tegen islamitisch onderwijs en wil hier volledig vanaf [4], omdat zij vinden dat de sharia leidt tot onderdrukking en discriminatie [5] en dat deze groei betekent dat Nederlandse wetten en waarden worden vervangen [1]. De partij kan daarom tegen de motie stemmen als zij het onderzoek naar de 'vraag' naar dit onderwijs ziet als een legitimatie van deze scholen, terwijl zij vinden dat de vrijheid van onderwijs niet onbegrensd is [4].
Bronnen:
"We zien een explosieve groei van islamitisch onderwijs. Bijna twee derde van alle nieuwe basisscholen die in 2026 in Nederland openen, is islamitisch: negen van de veertien. Dat is een record; nooit eerder kwamen er in één jaar zoveel islamitische basisscholen bij. In totaal zijn het er bijna honderd. Deze groei betekent dat steeds méér kinderen onderwijs krijgen waarin de sharia centraal staat in plaats van Nederlandse wetten en waarden."
"Steeds meer leraren verlaten het onderwijs of beginnen er niet eens meer aan. De gevolgen zijn groot: een enorm lerarentekort, vierdaagse schoolweken en een structurele afbraak van de onderwijskwaliteit. Eén op de drie kinderen verlaat de basisschool als functioneel analfabeet. Zij zullen de rest van hun leven de grootste moeite hebben om zich te redden. Dat is een schande van de eerste orde voor een ontwikkeld land als Nederland."
"Opvoeding is aan de ouders"
"De PVV wil af van het islamitisch onderwijs. In Nederland beschermt artikel 6 van de Grondwet de vrijheid van godsdienst, 'behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet' - en artikel 23 de vrijheid van onderwijs, 'behoudens het toezicht van de overheid'. Deze vrijheden zijn dus niet onbegrensd."
"70% van de moslims in Nederland vindt de eigen religieuze regels, de sharia, belangrijker dan onze seculiere wetgeving. De sharia leidt tot onderdrukking, discriminatie en het verdwijnen van vrijheden."
"Structuur, rust en discipline worden in de klas weer de norm - met politiek neutrale leraren. Alles wat niet met basisvaardigheden te maken heeft, zoals politiek, is opvoeding en dus aan de ouders. Leraren moeten kinderen bijbrengen hóé ze moeten denken, maar niet wát ze moeten denken en vinden."