De regering moet onderzoeken waarom steeds meer ouders kiezen voor particulier onderwijs of b3-scholen (kleine, alternatieve scholen). Ouders zijn vaak ontevreden over de kwaliteit, veiligheid of pedagogische koers van het huidige onderwijsaanbod.
Motie van het lid Van Duijvenvoorde over onderzoeken welke factoren bijdragen aan de groeiende vraag naar alternatieve onderwijsinitiatieven
De kamer,
constaterende dat het aantal initiatieven voor particulier onderwijs en
b3-scholen de afgelopen jaren is toegenomen;
overwegende dat dergelijke initiatieven mede kunnen voortkomen uit
onvrede van ouders over de kwaliteit, veiligheid, pedagogische koers of
levensbeschouwelijke neutraliteit van het bestaande onderwijsaanbod;
overwegende dat duurzame versterking van het onderwijs niet alleen
vraagt om toezicht op nieuwe initiatieven, maar ook om reflectie op de
oorzaken waardoor ouders alternatieven zijn gaan zoeken;
verzoekt de regering te onderzoeken welke factoren bijdragen aan de
groeiende vraag naar alternatieve onderwijsinitiatieven, waaronder
b3-scholen, en de Kamer hierover te informeren.
Argumenten voor: De partij erkent dat de belofte van kwaliteitsonderwijs momenteel niet altijd wordt waargemaakt, waarbij zij wijst op grote verschillen tussen scholen en het feit dat sommige scholen structureel achterblijven [1]. Daarnaast streeft de partij naar 'onderwijs op maat' dat bij de individuele leerling past [5][3] en vindt zij dat onderwijs voor ieder kind 'passend' moet zijn [4]. Ook stelt de partij zich open voor flexibele tussenvormen voor leerlingen die niet vijf dagen per week naar school kunnen [2].
Argumenten tegen: De partij wil bouwen aan één publieke voorziening voor alle kinderen van 1 tot 15 jaar [6]. Bovendien is de partij van mening dat veel diverse ontwikkelingsbehoeften op school kunnen worden opgelost, mits scholen hiervoor de benodigde ruimte, tijd en middelen krijgen [7].
Bronnen:
"Maar die belofte wordt nu nog lang niet altijd waargemaakt. Door het lerarentekort vallen te vaak lessen uit. En te veel leerlingen gaan van school zonder goed te kunnen lezen, schrijven en rekenen. Tussen scholen zijn de verschillen groot: sommige scholen blinken jaar na jaar uit, andere blijven structureel achter. Jongeren worden te vroeg vastgezet in keuzes die hun kansen later bepalen. Leraren zijn te veel tijd kwijt aan bijzaken die niets met lesgeven te maken hebben. En scholen missen rust en een visie voor de lange termijn, omdat het beleid steeds verandert."
"In Nederland krijgen veel kinderen en jongeren geen onderwijs. Zij zitten thuis. Dat is voor D66 onacceptabel. Wij vinden dat alle kinderen en jongeren leerrecht hebben. Als je niet vijf dagen in de week naar school kunt, vinden we andere mogelijkheden, zoals een flexibele tussenvorm tussen thuis en op school zijn. Zo bieden we leerlingen die het moeilijk hebben, of die nu al thuis zitten, de ruimte om te leren in hun tijd, op een passende plek en met een eigen leerprogramma."
"D66 doorbreekt dit. Dat doen we door te kiezen voor hoge verwachtingen, gelijke kansen en goede gebouwen om in te leren. Kinderen en jongeren krijgen meer tijd om hun talent te ontdekken, doordat we later selecteren en onderwijs op maat écht laten werken. Leraren krijgen het vertrouwen en de ruimte in hun vak. Studenten krijgen meer zekerheid, zoals met een hogere aanvullende beurs voor mbo'ers en meer studentenhuisvesting. We investeren in goede schoolgebouwen die ook duurzaam en toegankelijk zijn en we versterken digitale vaardigheden én vergroten het leesplezier. En we investeren in mbo's, hogescholen en universiteiten, zodat we ook de toekomst aankunnen. Zo bouwen we aan onderwijs waar mensen altijd blijven leren, op een manier die bij ze past, van nul tot honderd jaar."
"D66 wil dat kinderen zoveel mogelijk samen naar school kunnen gaan. Onderwijs moet voor ieder kind passend zijn. Dat vraagt om genoeg leraren, ondersteuners, kennis en ruimte. Daar wil D66 sneller voor zorgen."
"Onderwijs op maat voor elke Nederlander - altijd blijven leren, op een manier die bij je past."
"Te veel kinderen beginnen met een achterstand op de basisschool. Daarom investeren we vanaf het allereerste begin in een stevige basis en in sociale ontwikkeling. Want juist jonge kinderen hebben structuur nodig, een rijke plek om te leren en contact met leeftijdsgenoten. We bouwen aan één publieke voorziening voor alle kinderen van 1 tot 15 jaar. Daarin kan ieder kind, in eigen tempo en vanuit de eigen achtergrond, groeien. Zo verdwijnt ook het verschil tussen kinderopvang en peuteropvang of voor- en vroegschoolse educatie."
"Geen kind ontwikkelt hetzelfde. Niet alles wat anders is, is een zorgvraag. Veel kan op school worden opgelost als scholen hiervoor de ruimte, tijd en geld krijgen. D66 wil scholen die ruimte geven."