Oorzaken groei alternatief onderwijs

De regering moet onderzoeken waarom steeds meer ouders kiezen voor particulier onderwijs of b3-scholen (kleine, alternatieve scholen). Ouders zijn vaak ontevreden over de kwaliteit, veiligheid of pedagogische koers van het huidige onderwijsaanbod.

Motie van het lid Van Duijvenvoorde over onderzoeken welke factoren bijdragen aan de groeiende vraag naar alternatieve onderwijsinitiatieven

De kamer, constaterende dat het aantal initiatieven voor particulier onderwijs en b3-scholen de afgelopen jaren is toegenomen; overwegende dat dergelijke initiatieven mede kunnen voortkomen uit onvrede van ouders over de kwaliteit, veiligheid, pedagogische koers of levensbeschouwelijke neutraliteit van het bestaande onderwijsaanbod; overwegende dat duurzame versterking van het onderwijs niet alleen vraagt om toezicht op nieuwe initiatieven, maar ook om reflectie op de oorzaken waardoor ouders alternatieven zijn gaan zoeken; verzoekt de regering te onderzoeken welke factoren bijdragen aan de groeiende vraag naar alternatieve onderwijsinitiatieven, waaronder b3-scholen, en de Kamer hierover te informeren.
13 mei | FVD | Aangenomen: 124–26 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma SGP

Stemverwachting: voor (onzeker, 60%)

Argumenten voor: De partij vindt het positief als scholen hun overtuigingen en verwachtingen duidelijk uiteenzetten, zodat ouders een goed geïnformeerde keuze kunnen maken voor het onderwijs van hun kinderen [1]. Daarnaast streeft de partij naar een betere regeling van het leerrecht van alle kinderen en staat zij open voor alternatieve vormen van onderwijs, zoals thuisonderwijs [2]. Een onderzoek naar de redenen waarom ouders kiezen voor alternatieve initiatieven sluit aan bij deze focus op keuzevrijheid en het leerrecht.

Argumenten tegen: De partij is zeer strikt over het behoud van de huidige regels in artikel 23 van de Grondwet en stelt dat hier niet aan gemorreld mag worden [1]. Men zou kunnen redeneren dat een onderzoek naar onvrede over het bestaande onderwijsaanbod zou kunnen leiden tot suggesties voor wijzigingen in de huidige onderwijstructuur of regelgeving, wat in strijd zou zijn met de wens om de huidige regels ongewijzigd te laten [1].

Bronnen:

  1. "Aan de inhoud van artikel 23 van de Grondwet wordt niet gemorreld. De regels inzake het toelaten van leerlingen, het benoemen van personeel en de burgerschapsopdracht blijven ongewijzigd. Het is positief als scholen hun overtuiging en de verwachtingen uiteenzetten voor nieuwe leerlingen, ouders en andere betrokkenen zodat iedereen een goed geïnformeerde keuze kan maken."
  2. "Het (leer)recht van alle kinderen op onderwijs moet beter geregeld worden om het aantal thuiszitters te verminderen. Voor het thuisonderwijs wordt een systeem van onderlinge visitatie overwogen dat recht doet aan de eigen aard van dit onderwijs."