De regering moet afzien van een landelijk verbod op religieuze uitingen voor boa's (handhavers in de stad). Een verbod beperkt de vrijheid van godsdienst. Bovendien sluit het vrouwen uit van publieke functies.
Motie van het lid El Abassi over afzien van een landelijk verbod op religieuze uitingen voor boa's
De kamer,
constaterende dat de Raad van State heeft geoordeeld dat een hoofddoekverbod voor boa’s een beperking vormt van de vrijheid van godsdienst en
onvoldoende wettelijke grondslag heeft;
overwegende dat het College voor de Rechten van de Mens stelt dat
neutraliteit moet worden beoordeeld op gedrag en professioneel
handelen, niet op religieuze kleding;
overwegende dat een hoofddoekverbod stigmatiserend werkt en vrouwen
uitsluit van publieke functies;
verzoekt de regering af te zien van een landelijk verbod op religieuze
uitingen voor boa’s.