De regering moet afzien van een landelijk verbod op religieuze uitingen voor boa's (handhavers in de stad). Een verbod beperkt de vrijheid van godsdienst. Bovendien sluit het vrouwen uit van publieke functies.
Motie van het lid El Abassi over afzien van een landelijk verbod op religieuze uitingen voor boa's
De kamer,
constaterende dat de Raad van State heeft geoordeeld dat een hoofddoekverbod voor boa’s een beperking vormt van de vrijheid van godsdienst en
onvoldoende wettelijke grondslag heeft;
overwegende dat het College voor de Rechten van de Mens stelt dat
neutraliteit moet worden beoordeeld op gedrag en professioneel
handelen, niet op religieuze kleding;
overwegende dat een hoofddoekverbod stigmatiserend werkt en vrouwen
uitsluit van publieke functies;
verzoekt de regering af te zien van een landelijk verbod op religieuze
uitingen voor boa’s.
Argumenten voor: Er is geen informatie in het verkiezingsprogramma die een reden geeft om voor deze motie te stemmen.
Argumenten tegen: De partij vindt dat Nederland een seculier land is en dat het uniform voor buitengewone opsporingsambtenaren (boa's) neutraal moet zijn, zonder zichtbare symbolen van geloofs- of levensovertuigingen [1].
Bronnen:
"Onze politie en boa's zijn neutraal: Wat de VVD betreft is Nederland een seculier land en hoort een uniform voor politieambtenaren en buitengewone opsporingsambtenaren neutraal te zijn, zonder zichtbare symbolen van geloofs- of levensovertuigingen. Het in uniform actief deelnemen aan religieuze bijeenkomsten die zich niet verhouden tot de vrije en seculiere samenleving passen niet bij de neutraliteit die de politie en boa's uit dienen te dragen."