De regering moet afzien van een landelijk verbod op religieuze uitingen voor boa's (handhavers in de stad). Een verbod beperkt de vrijheid van godsdienst. Bovendien sluit het vrouwen uit van publieke functies.
Motie van het lid El Abassi over afzien van een landelijk verbod op religieuze uitingen voor boa's
De kamer,
constaterende dat de Raad van State heeft geoordeeld dat een hoofddoekverbod voor boa’s een beperking vormt van de vrijheid van godsdienst en
onvoldoende wettelijke grondslag heeft;
overwegende dat het College voor de Rechten van de Mens stelt dat
neutraliteit moet worden beoordeeld op gedrag en professioneel
handelen, niet op religieuze kleding;
overwegende dat een hoofddoekverbod stigmatiserend werkt en vrouwen
uitsluit van publieke functies;
verzoekt de regering af te zien van een landelijk verbod op religieuze
uitingen voor boa’s.
Argumenten voor: De partij stelt dat de vrijheid van godsdienst een belangrijke pijler is van de manier waarop we samenleven en dat deze niet aangetast mag worden, juist ook voor minderheden [2]. Daarnaast vindt de partij dat iedereen het recht heeft om in vrijheid zijn geloofsovertuigingen te delen in de samenleving [3] en zet zij zich af tegen discriminatie op basis van levensovertuiging [4].
Argumenten tegen: De partij vindt dat de voorwaarden om te demonstreren aangescherpt moeten worden wanneer de orde buitensporig wordt verstoord, waarbij een verbod op gezichtsbedekkende kleding onderdeel is van deze aanpak [1].
Bronnen:
"Het grondrecht om te demonstreren is een groot goed. Het merendeel van de demonstraties verloopt vreedzaam, maar acties die de orde buitensporig verstoren of de rechten en vrijheden van andere mensen ernstig beperken, zijn in opkomst. Om dit gerichter aan te kunnen pakken, moeten de voorwaarden om te kunnen demonstreren waar nodig aangescherpt. Onderdeel daarvan is het verbod op gezichtsbedekkende kleding en het zo mogelijk verhalen van schade op de organisatoren. Daarnaast moet intimidatie en het op andere manier verhinderen van vreedzame bijeenkomsten worden tegengegaan door misbruik van het beginsel van zicht- en gehoorsafstand aan te pakken."
"De vrijheid van godsdienst, vereniging, onderwijs en meningsuiting zijn belangrijke pijlers van de manier waarop we samenleven. Die mogen niet worden aangetast. Deze vrijheden gelden voor iedereen, juist ook voor minderheden. De gedachte dat vrijheid alleen geldt als je dingen doet of zegt die passen bij de opvatting van de meerderheid is een bedreiging van deze grondrechten."
"Iedereen heeft het recht om in vrijheid zijn geloofs- en levensovertuigingen te delen, met elkaar, met hun kinderen en in de samenleving. Iedereen heeft ook het recht om van geloof te veranderen."
"De mens is naar het evenbeeld van God geschapen en iedereen deelt in menselijke waardigheid. De ChristenUnie stelt zich daarom teweer tegen het kwaad van racisme, antisemitisme en discriminatie op basis van levensovertuiging, geslacht, handicap of op welke grond dan ook. We zijn als mensen in deze wereld in verscheidenheid aan elkaar gegeven. Daarom staat de ChristenUnie voor een overheid die initiatieven stimuleert die het samenleven in verscheidenheid bevorderen en"