De regering moet een alternatief zoeken voor de NAVO (de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie). De NAVO kan niet meer rekenen op steun van de Verenigde Staten. Dit nieuwe samenwerkingsverband moet gebaseerd zijn op het internationaal recht en gericht zijn op verdediging.
Motie van de leden Dobbe en Van Baarle over werken aan een alternatief voor de NAVO
De kamer,
constaterende dat de NAVO niet uit kan gaan van steun van de VS in de
NAVO;
verzoekt de regering te werken aan een alternatief voor de NAVO,
gebaseerd op het internationaal recht en met een defensief uitgangspunt.
Argumenten voor: De partij stelt dat internationale samenwerking nooit ten koste mag gaan van de democratische zeggenschap [4] en pleit ervoor dat bij het handhaven van de internationale rechtsorde het nationaal belang voorop moet staan [6].
Argumenten tegen: De partij beschouwt de NAVO als de hoeksteen van het veiligheidsbeleid [1] en wil een serieuze en betrouwbare speler binnen deze organisatie zijn [1]. Er is expliciet steun voor het versterken van de NAVO [2][5] en de partij erkent haar NAVO-verplichtingen [7]. Daarnaast wil de partij de militaire samenwerking met de Verenigde Staten juist versterken [3].
Bronnen:
"Onze ambitie is duidelijk: Nederland wordt weer een serieuze en betrouwbare speler binnen de NAVO en wereldwijd. De NAVO blijft de hoeksteen van ons veiligheidsbeleid. We versterken onze Defensie, we vergroten onze veiligheid én we bouwen tegelijkertijd aan onze economie, concurrentiepositie, regio's en onderwijs."
"Realistische plannen en doelen onder NAVO-norm. Investeren in veiligheid én Nederland. BBB onderschrijft het belang van een sterke en geloofwaardige krijgsmacht die beschermt wat ons Nederland dierbaar is. We steunen daarom het streven naar een versterking van de NAVO en het verhogen van de Nederlandse defensie-uitgaven. In dat kader is BBB bereid om het door het CPB geschetste ingroeipad naar 3,5% BBP in 2035 als uitgangspunt te nemen, waarbij we ons in de komende kabinetsperiode conformeren aan een structurele intensivering van ruim zes miljard euro in 2030. Deze stap maakt de noodzakelijke versterking van de Nederlandse krijgsmacht via een realistisch, planmatig en stapsgewijs proces mogelijk. Voorop staat dat Nederland een krijgsmacht nodig heeft in volume en vorm die de veiligheid en vrijheid, die ons zo dierbaar is in Nederland, beschermt."
"Transatlantische vriendschappen. Nederland versterkt de militaire samenwerking met de Verenigde Staten. En we bieden actieve steun aan de zelfverdediging van Oekraïne en Israël."
"Nederland moet ook kritisch kijken naar internationale verdragen die onze beleidsruimte beperken. Vooral op het gebied van migratie, asiel, klimaat, stikstof, energie en landbouw. Internationale samenwerking mag nooit ten koste gaan van onze democratische zeggenschap."
"De krijgsmacht vormt een onmisbare pijler van onze nationale veiligheid. Daarom moet Nederland stevig investeren in Defensie, maar wel gericht, verstandig en met oog voor de samenhang met andere domeinen. BBB steunt het versterken van de NAVO en het verhogen van de Nederlandse defensieuitgaven. We nemen het groeipad naar 3,5% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) in 2035 als uitgangspunt. Tegelijk willen we dat dit niet ten koste gaat van belangrijke zaken zoals de AOW, betaalbare zorg, het mkb en een leefbaar platteland. Na 2030 gelden voor ons duidelijke voorwaarden voor verdere verhoging van onze defensie-uitgaven, zoals een eerlijke verdeling van kosten binnen de NAVO en geen financiering via Europese schulden of giften."
"Herziening artikel 90 Grondwet. Artikel 90 van de grondwet ziet op het handhaven van de internationale rechtsorde. BBB pleit voor politiek op basis van realisme en wil daarom dat het nationaal belang voorop staat bij het Nederlandse optreden op internationaal niveau. Aan artikel 90 van de Grondwet, dat opdraagt om de ontwikkeling van de internationale orde te bevorderen, dient daarom te worden toegevoegd 'met inachtneming van het Nederlands belang'."
"Strategische militaire mobiliteitsvoordelen. We erkennen en benutten de strategische militaire mobiliteitsvoordelen van belangrijke infrastructuurprojecten die zich daarvoor lenen. We laten deze expliciet meetellen binnen onze NAVO-verplichtingen voor defensie-uitgaven aan infrastructuur."