De regering moet landelijke regels vastleggen in het Besluit versterking regie volkshuisvesting. Provincies en gemeenten mogen geen strengere eisen stellen aan de prijs, de grootte of de staat van middenhuurwoningen. Zo weten bouwers precies waar ze aan moeten voldoen. Dit zorgt ervoor dat er sneller nieuwe woningen worden gebouwd.
Motie van de leden Ten Hove en Claassen over betaalbaarheidseisen limitatief vormgeven als landelijke norm
De kamer,
overwegende dat de Minister in haar brief van 20 april over optimalisatie
van de huurregulering schrijft dat strengere bovenwettelijke eisen aan
betaalbaarheid, oppervlakte en instandhoudingstermijn van middenhuurwoningen het lastiger maken om woningen rendabel te bouwen;
overwegende dat landelijke, eenduidige kaders bijdragen aan voorspelbaarheid voor bouwers en investeerders, en daarmee aan versnelling van
de woningbouw;
verzoekt de regering, voor zover betaalbaarheidseisen in het Besluit
versterking regie volkshuisvesting worden gehandhaafd, deze eisen
limitatief vorm te geven als landelijke norm, en daarbij vast te leggen dat
provincies en gemeenten geen bovenwettelijke eisen mogen stellen aan
de betaalbaarheid, oppervlakte of instandhoudingstermijn van woningen
dan die uit het landelijke wettelijke kader volgen.
Argumenten voor: De partij streeft naar een jaarlijkse productie van 100.000 woningen [1][3]. Om dit doel te bereiken, is de partij van mening dat wetgeving minder ingewikkeld moet en dat procedures niet langer nieuwe bouwprojecten mogen verstikken [5]. De partij pleit expliciet voor eenvoudiger regelgeving en snellere procedures [2], en wil het beperken van juridische procedures die woningbouw vertragen [3]. Een landelijk kader dat zorgt voor voorspelbaarheid sluit aan bij de wens om de woningbouw te versnellen.
Argumenten tegen: De partij wil de regie terugpakken door samen met provincies, regio's en gemeenten een visie te ontwikkelen [2]. Ook wil de partij gemeenten stimuleren om de Huisvestingswet te gebruiken om woningen te reserveren voor specifieke doelgroepen [6]. Daarnaast wordt erkend dat er grote regionale verschillen bestaan op de woningmarkt [4], wat kan wijzen op de noodzaak voor maatwerk in plaats van enkel landelijke normen.
Bronnen:
"We willen een stabiele productie van minimaal honderdduizend woningen per jaar. Het uitgangspunt is twee derde betaalbaar waarvan 30 procent sociale huur. Zo is er in elke gemeente altijd een derde vrije ruimte voor dure huur- en koopwoningen. Met speciale aandacht voor starters, gezinnen en ouderen. In regionaal verband maken we strakke afspraken over aantallen sociale huurwoningen, middensegment en vrije sector."
"Dat vraagt om goede ruimtelijke ordening. De overheid moet de regie terugpakken om keuzes te maken in schaarste. Door een visie te ontwikkelen, samen met provincies, regio's en gemeenten, met bedrijven en maatschappelijk middenveld. Waar pijnlijke keuzes samengaan met perspectief. Grootschalige woningbouw, samenhang tussen wijken en wonen in het dorp waar je bent geworteld, gaan hand in hand met goede bereikbaarheid. Een visie die sociaal rechtvaardig, haalbaar en toekomstgericht is. Met eenvoudiger regelgeving en snellere procedures en een betere balans tussen verschillende belangen. Alleen zo kunnen we ons land op een passende manier vormgeven zodat we er prettig kunnen leven."
"Woningzoekende op 1 - Wij kiezen voor de woningzoekende in onze voorstellen om jaarlijks 100.000 woningen te bouwen. Het principe van 'straatje erbij' breiden we uit tot een 'wijkje erbij' zodat jongeren in hun dorp of stad kunnen blijven wonen. We maken het moeilijker om woningbouw met juridische procedures te vertragen. De gang naar de Raad van State beperken we. De hypotheekrenteaftrek bouwen we stap voor stap af, terwijl we tegelijk de inkomstenbelasting evenveel verlagen. Zo maken we woningen meer betaalbaar op de langere termijn."
"We houden de huren betaalbaar, ook in het middensegment. Er zijn grote regionale verschillen op de woningmarkt, daarom laten we de WOZ-waarde meer meetellen."
"Willen we ons land vitaal houden dan moeten we aan de slag. We lopen op veel manieren tegen grenzen aan van wat kan. De overheid heeft haar regie losgelaten en vertrouwde op de markt. Volkshuisvesting werd woningmarkt. Wetgeving is te ingewikkeld geworden en procedures verstikken nieuwe bouwprojecten. Stikstof beperkt woningbouw en ontwikkeling van bedrijven. Demografische ontwikkelingen stellen eisen aan voorzieningen en onze zwaarbelaste infrastructuur. We willen kansrijke gebieden in steden herbestemmen, de stad leefbaar houden en de regio bereikbaar. We willen ruimte voor de agrarische sector en kwalitatieve natuur. We hebben nieuwe ruimte nodig voor de energietransitie, defensie, bereikbaarheid, grootschalige woningbouw of 'een straatje erbij'."
"We stimuleren gemeenten met de Huisvestingswet een deel van de nieuwbouwwoningen te reserveren voor eigen inwoners of voor specifieke doelgroepen, zoals leraren, agenten en zorgmedewerkers."