Eenduidige regels voor middenhuurwoningen

De regering moet landelijke regels vastleggen in het Besluit versterking regie volkshuisvesting. Provincies en gemeenten mogen geen strengere eisen stellen aan de prijs, de grootte of de staat van middenhuurwoningen. Zo weten bouwers precies waar ze aan moeten voldoen. Dit zorgt ervoor dat er sneller nieuwe woningen worden gebouwd.

Motie van de leden Ten Hove en Claassen over betaalbaarheidseisen limitatief vormgeven als landelijke norm

De kamer, overwegende dat de Minister in haar brief van 20 april over optimalisatie van de huurregulering schrijft dat strengere bovenwettelijke eisen aan betaalbaarheid, oppervlakte en instandhoudingstermijn van middenhuurwoningen het lastiger maken om woningen rendabel te bouwen; overwegende dat landelijke, eenduidige kaders bijdragen aan voorspelbaarheid voor bouwers en investeerders, en daarmee aan versnelling van de woningbouw; verzoekt de regering, voor zover betaalbaarheidseisen in het Besluit versterking regie volkshuisvesting worden gehandhaafd, deze eisen limitatief vorm te geven als landelijke norm, en daarbij vast te leggen dat provincies en gemeenten geen bovenwettelijke eisen mogen stellen aan de betaalbaarheid, oppervlakte of instandhoudingstermijn van woningen dan die uit het landelijke wettelijke kader volgen.
3 juni | Markusz | Verworpen: 23–127 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma D66

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 75%)

Argumenten voor: De partij wil de woningbouw versnellen [3] en geeft aan dat mensen niet moeten verdwalen in complexe regels [4]. Eenduidige landelijke kaders kunnen bijdragen aan de voorspelbaarheid die nodig is om de bouw van woningen te stimuleren [3].

Argumenten tegen: De partij wil dat gemeenten juist meer ruimte krijgen om zelf grond te kopen en te ontwikkelen om grondspeculatie te voorkomen [5]. Daarnaast wil de partij via regie en wettelijke afspraken zorgen voor gemengde wijken, bijvoorbeeld door bij nieuwbouw minstens 30% sociale huur te verplichten [1]. Ook streeft de partij naar een eerlijke woningmarkt met meer bescherming voor huurders [2].

Bronnen:

  1. "We leggen wettelijk vast dat bij nieuwbouw in elke gemeente minstens 30% sociale huur komt, zodat gemeenschappen in wijken gemengd blijven. Dit vraagt om regie. We maken goede afspraken over hoe woningen worden verdeeld en toegewezen, zoals bij nieuwbouw en renovatie. Een deel van de huizen is speciaal voor bewoners uit de wijk. Zo kunnen mensen bij elkaar in de buurt blijven wonen, ook als ze een ander soort huis willen of nodig hebben."
  2. "Een huis moet passen bij je leven én je portemonnee. D66 kiest voor een eerlijke woningmarkt waarin iedereen een betaalbaar huis kan vinden. We maken duidelijke keuzes. We bouwen het belastingvoordeel van woningbezit af en gaan beleggers meer belasten. Huurders krijgen meer bescherming en zeggenschap over verduurzaming."
  3. "De politiek wil al jaren meer huizen bouwen, maar het lukt nog steeds niet goed genoeg. Daardoor kunnen veel Nederlanders niet verder in het leven, omdat ze geen eigen dak boven het hoofd kunnen vinden. Een betaalbaar huis vinden is bijna onmogelijk. Als we blijven doen wat we deden, komen er ook de komende jaren te weinig huizen bij. Er is meer nodig dan een straatje erbij en een verdieping erop. D66 wil het daarom anders aanpakken. Want wonen is nodig voor vrijheid en voor een samenleving waarin iedereen zich thuis kan voelen."
  4. "We weten ook: die vrijheid is niet vanzelfsprekend. We kunnen alleen huizen bouwen, als politici ook keuzes durven te maken over stikstof. Zodat een eigen huis voor jezelf of je kinderen weer haalbaar is. We kunnen mensen alleen een zekere basis bieden, als ze niet verdwalen in complexe regels. Zodat je je dierbaren de zorg kunt geven die ze nodig hebben."
  5. "We richten een Rijksgrondfaciliteit (een landelijke grondbank) op, zodat de grond die het Rijk in bezit heeft of krijgt, ingezet kan worden om sneller huizen te bouwen. We maken jaarlijks €2 miljard euro vrij om de woningbouw uit het slop te halen. Om te voorkomen dat dit geld vooral bij vastgoedondernemers terechtkomt, krijgen gemeenten meer ruimte om zelf grond te kopen en te ontwikkelen. Ook krijgen gemeenten meer mogelijkheden om grondspeculaties te voorkomen en te zorgen dat er niet alleen huizen komen, maar ook speelplaatsen en groen."