Eenduidige regels voor middenhuurwoningen

De regering moet landelijke regels vastleggen in het Besluit versterking regie volkshuisvesting. Provincies en gemeenten mogen geen strengere eisen stellen aan de prijs, de grootte of de staat van middenhuurwoningen. Zo weten bouwers precies waar ze aan moeten voldoen. Dit zorgt ervoor dat er sneller nieuwe woningen worden gebouwd.

Motie van de leden Ten Hove en Claassen over betaalbaarheidseisen limitatief vormgeven als landelijke norm

De kamer, overwegende dat de Minister in haar brief van 20 april over optimalisatie van de huurregulering schrijft dat strengere bovenwettelijke eisen aan betaalbaarheid, oppervlakte en instandhoudingstermijn van middenhuurwoningen het lastiger maken om woningen rendabel te bouwen; overwegende dat landelijke, eenduidige kaders bijdragen aan voorspelbaarheid voor bouwers en investeerders, en daarmee aan versnelling van de woningbouw; verzoekt de regering, voor zover betaalbaarheidseisen in het Besluit versterking regie volkshuisvesting worden gehandhaafd, deze eisen limitatief vorm te geven als landelijke norm, en daarbij vast te leggen dat provincies en gemeenten geen bovenwettelijke eisen mogen stellen aan de betaalbaarheid, oppervlakte of instandhoudingstermijn van woningen dan die uit het landelijke wettelijke kader volgen.
3 juni | Markusz | Verworpen: 23–127 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij wil de woningbouw versnellen door vergunningsprocedures te versimpelen en te verkorten [3] en door landelijke goedkeuring te stimuleren voor bijvoorbeeld de bouw van woningen in fabrieken [1]. Voor investeringen in huurwoningen voor mensen met een modaal inkomen wil de partij dat corporaties dit makkelijker kunnen doen, zonder "ingewikkelde regels of toetsen" [2]. Bovendien pleit de partij voor een landelijke aanpak bij grote woningbouwopgaven om de bouw te versnellen [5].

Argumenten tegen: De partij geeft aan dat zij voor bepaalde zaken maatwerk voor gemeenten wil behouden, zoals bij het niet opleggen van landelijke parkeernormen [4]. Daarnaast krijgen gemeenten de opdracht om het creëren van gemengde wijken concreet in te vullen op wijkniveau [6].

Bronnen:

  1. "Rijk, provincie, gemeente en waterschap samenwerken. Alle provincies moeten meer plancapaciteit gaan programmeren, om het aantal gebouwde woningen te vergroten. Er worden steeds meer woningen in de fabriek gebouwd. Dit moedigen we aan en vereenvoudigen we door een landelijke goedkeuring, zodat niet elk project apart beoordeeld hoeft te worden. We maken het mogelijk om sneller belangrijke infrastructuur aan te leggen, zoals elektriciteitsvoorzieningen of bescherming tegen overstromingen. Hiervoor komt een wet of tijdelijke regeling. Provincies krijgen de taak om snel plannen op te stellen voor bescherming van diersoorten, zodat bouwen en natuur beter samengaan. Bezwaarprocedures worden korter: mensen of groepen zonder direct belang kunnen geen eindeloze vertraging meer veroorzaken. De Raad van State gaat werken met een snelle toets vooraf (zoals in Duitsland), om onnodige rechtszaken eruit te filteren."
  2. "We willen dat wonen weer betaalbaar wordt voor iedereen. Daarom zorgen we dat minstens twee derde van de nieuw te bouwen huizen betaalbaar is, waaronder 30 procent sociale huur. Om dat mogelijk te maken, geven we woningcorporaties meer financiële ruimte. Ze mogen een deel van hun winst opnieuw investeren in nieuwe woningen (de herbestedingsreserve), dat levert elk jaar een miljard euro extra op voor meer betaalbare huizen. Ook mogen corporaties makkelijker investeren in huurwoningen voor mensen met een modaal inkomen, zonder ingewikkelde regels of toetsen. Voor deze woningen kunnen ze bovendien voordelig geld lenen bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Daarnaast zorgen we voor meer betaalbare koopwoningen. Daarom breiden we het Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen uit, zodat ook starters eindelijk een kans krijgen op de koopmarkt. We onderzoeken de moeilijkheden van starters op de woningmarkt en nemen daarbij de positie van de leenstelselgeneratie mee."
  3. "De bouw van woningen loopt vaak vast in lange en ingewikkelde vergunningsprocedures. Er zijn veel regels, verplichte onderzoeken naar natuur, archeologie en milieu én er is een tekort aan mensen die de vergunningen afhandelen. We versimpelen en versnellen daarom vergunningprocedures, zodat de meeste tijd van een bouwproject niet meer in procedures zit. Dit doen we zonder afbreuk te doen aan een gezonde en veilige plek om te leven. Landelijke en Europese regels over natuurbescherming passen we hierop aan. Voor grote nieuwbouwlocaties komt er een centrale aanpak, waarin"
  4. "De ruimte in Nederland is beperkt. Verdichten (méér woningen bouwen binnen bestaande steden) is daarom essentieel. Door te bouwen op plekken waar de infrastructuur al ligt, voorkomen we dat open landschap verdwijnt en houden we voorzieningen bereikbaar. Deze verdichtingsplannen lopen nu vaak vast op strikte parkeernormen, geluidsregels of toegankelijkheidseisen. De ChristenUnie wil daarom slimme aanpassingen van de regels. Binnensteden blijven autoluw, maar we leggen geen landelijke parkeernormen op: dat is maatwerk voor gemeenten. We investeren in goede bereikbaarheid, ook zonder auto. Verdichten is niet hetzelfde als volbouwen: ontmoetingsplekken en een groene omgeving horen hier bij. Geluidsnormen blijven gewaarborgd binnen redelijke kaders en bij toegankelijkheid houden we rekening met de bestaande, vaak historische bouw."
  5. "Het is hard nodig om grote keuzes voor de toekomst van Nederland te durven nemen. Het Rijk komt daarom eindelijk met de langverwachte 'Nota Ruimte'. Daarin worden grote structuurkeuzes gemaakt, zoals de Lelylijn, Nedersaksenlijn, het aanwijzen van grootschalige nieuwbouwlocaties, Deltawind21 in combinatie met een derde Maasvlakte en natuurontwikkeling. Tegelijk stimuleren we de leefbaarheid in álle delen van het land van stad tot platteland - en bevorderen we ruimtelijke solidariteit tussen regio's. Voor grote woningbouwopgaven komt een landelijke aanpak, zoals eerder bij de VINEX-wijken. Zo zorgen we dat bouwen sneller en beter gebeurt, op plekken die toekomstbestendig en bereikbaar zijn. Ook komt er een nieuwe ruilverkaveling om boeren toekomstperspectief te geven en landbouwgronden logischer en duurzamer in te richten."
  6. "Goed samenleven begint met allemaal je eigen verantwoordelijkheid nemen. Maar ook hoe wijken fysiek worden ingericht, heeft grote invloed op hoe een wijk functioneert. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat wijken niet worden verdeeld naar inkomen. Om dat aan te moedigen bouwen we in alle dorpen en steden twee derde betaalbare koop- en huurwoningen, waaronder 30 procent sociale huur. We zorgen voor gemengde wijken, waar mensen met verschillende achtergronden en inkomens samenleven. Gemeenten krijgen de opdracht om dit niet alleen op papier, maar juist op wijkniveau in te vullen. We geven maximaal ruimte aan wooncoöperaties, gemeenschappelijke woonvormen of vormen van collectief particulier opdrachtgeverschap, door regelgeving daarvoor te vereenvoudigen."