De regering moet familiescholen opnemen in het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Deze scholen werken goed en helpen gezinnen bij zaken als taal, financiën en werk. Door familiescholen uit te breiden naar meer wijken, wordt armoede effectiever bestreden.
Motie van het lid Moorman c.s. over bezien hoe familiescholen opgenomen kunnen worden in het NPLV
De kamer,
overwegende dat familiescholen een belangrijke schakel kunnen zijn om
gezinnen te helpen bij bijvoorbeeld taalvaardigheid, schuldhulpverlening,
financiële educatie, het tegengaan van armoede en het begeleiden naar
werk;
overwegende dat er in wijken waar er met familiescholen wordt gewerkt
positieve resultaten worden behaald en het daarom goed zou zijn om dit
uit te breiden naar andere wijken;
verzoekt de regering om samen met de betrokken gemeenten in overleg
te treden om te bezien hoe familiescholen opgenomen kunnen worden in
het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid, en bij de volgende
voortgangsrapportage hierover terug te koppelen.
Argumenten voor: De partij wil het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) uitbreiden naar meer regio's om de leefbaarheid en sociale samenhang te versterken [1]. In de visie van de partij moeten gezinnen en families centraal staan in het overheidsbeleid [2]. De motie sluit aan bij de wens om samenwerking te stimuleren tussen ouders, scholen, buurtorganisaties en andere partners om de pedagogische relaties te versterken [3]. Daarnaast wil de partij dat scholen middelen krijgen om ouders te ondersteunen bij de opvoeding en schoolgerelateerde uitdagingen [5]. Ook het versterken van de basis in het gezin en de buurt om problemen te voorkomen, is een belangrijk punt [4], evenals het belang van basisvaardigheden [6].
Argumenten tegen: Er zijn in de verstrekte tekst geen argumenten gevonden die tegen de motie ingaan.
Bronnen:
"Voor de ChristenUnie is leefbaarheid geen bijzaak, maar een kwestie van goed bestuur. Ieder mens, of je nu in de stad woont of in een krimpregio, verdient een veilige, schone en mooie omgeving om te wonen, werken en op te groeien. Toch staat die leefbaarheid in veel dorpen en wijken onder druk door het verdwijnen van voorzieningen, zoals bushaltes, bibliotheken en winkels. Verschillen in gezondheid, veiligheid en toekomstkansen nemen hierdoor toe. Dat accepteren we niet. Daarom zetten we het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) voort. We zien dat dit programma effect heeft in wijken als Amsterdam Zuid-Oost, Delft-West en Dordrecht-West. We breiden dit programma uit naar regio's die nu nog buiten de boot vallen, zoals Zeeuws-Vlaanderen, de Veenkoloniën, Twente en zogenaamde New Towns (voormalige groeikernen zoals Zoetermeer). We zetten in op een integrale versterking van de leefbaarheid door verouderde wijken te vernieuwen, sociale samenhang te bevorderen en kansen voor jongeren te vergroten. We bundelen het geld in één krachtig en meerjarig budget, zodat gemeenten gericht en langdurig kunnen investeren. We leren van de ervaringen van de New Towns en passen die toe bij nieuw te bouwen wijken."
"Gezinnen moeten voorop staan, maar worden te vaak vergeten in de visie en het beleid van de overheid. Terwijl het gezin en familie de plek is waar kinderen opgroeien en familieleden op elkaar terugvallen als iemand hulp nodig heeft. De overheid moet families en gezinnen waarderen in plaats van al het beleid op de mens als individu te richten. Dit begint met samenhang in de visie en beleid op wat de eerste leefomgeving is voor de meeste mensen. Er wordt beleid gemaakt om de positie van families te ondersteunen, bijvoorbeeld financieel. Ook wordt de positie en bescherming van het gezin verankerd in de Grondwet. Een minister wordt weer expliciet verantwoordelijk voor het realiseren van samenhangend gezinsbeleid. Er komt een jaarlijkse 'Staat van het gezin' waarin wordt gemonitord hoe gebruik wordt gemaakt van kind- en verlofregelingen, kinderopvang, het aanbod van GGD, Jeugdgezondheidszorg en lokale teams."
"We investeren in nabije zorg die pedagogische relaties rond jeugd versterkt. Geen losse programma's, maar samenwerking tussen ouders, scholen, kerken en buurtorganisaties. Denk aan gezamenlijke opvoedgesprekken over thema's als social media en prestatiedruk en ondersteuning bij kinderen met onbegrepen gedrag. Kerken, scholen, lokale teams, opbouwwerkers en jongerenwerkers spelen daarin een belangrijke rol."
"Jongeren gezond laten opgroeien gaat in eerste instantie over een stabiele en gezonde basis in het eigen gezin, op school, in de buurt. Zo'n stevige basis kan hulpvragen en problemen voorkomen. Daarom investeren we in gezinnen en relaties met bijvoorbeeld makkelijk toegankelijke opvoedondersteuning en relatietherapie. We versterken de buurt met voldoende ontmoetingsplekken in de wijk, zoals speeltuinen en ontmoetingsplekken. Ook maken we ruimte voor (sport)verenigingen en cultuurparticipatie en investeren in welzijns- en jongerenwerk."
"heeft, wordt dat gratis aangeboden en zo veel mogelijk op de school zelf. Ook investeren we in het versterken van ouderbetrokkenheid in het onderwijs. Scholen krijgen middelen om ouders te ondersteunen bij de opvoeding en schoolgerelateerde uitdagingen."
"Nederlandse kinderen kunnen steeds slechter rekenen en schrijven. Deze trend is zorgelijk en moet gekeerd. Basisvaardigheden dienen gedurende de hele schoolcarrière onderhouden te worden. De overheid respecteert dat de uitvoering in handen is van scholen en stelt alleen randvoorwaarden. Scholen waarvan kinderen goed presteren delen hun lessen met andere scholen. We blijven investeren in voor- en vroegschoolse educatie en nieuwkomersonderwijs."