Gifgebruik rond natuurgebieden beperken

De regering moet bij beperkingen van gewasbeschermingsmiddelen rond natuurgebieden (Natura 2000-gebieden) alleen maatregelen nemen op basis van wetenschappelijk bewijs. Het vinden van een stof betekent namelijk niet dat deze ook echt schadelijk is. Maatregelen moeten daarom altijd in verhouding staan tot de echte risico's voor de natuur.

Motie van het lid Vermeer over rond Natura 2000-gebieden uitsluitend proportionele maatregelen treffen met een wetenschappelijke onderbouwing

De kamer, constaterende dat wordt gesproken over aanvullende zoneringen en gebruiksbeperkingen voor gewasbeschermingsmiddelen rondom Natura 2000-gebieden; overwegende dat artikel 6 van de Habitatrichtlijn vraagt om passende maatregelen ter bescherming van natuur, waarbij de aard en de omvang van de maatregelen in verhouding moeten staan tot de daadwerkelijk vastgestelde risico’s; overwegende dat het aantreffen van een stof niet automatisch betekent dat er sprake is van schadelijke effecten; verzoekt de regering om bij eventuele aanvullende zoneringen of gebruiksbeperkingen rond Natura 2000-gebieden uitsluitend maatregelen te treffen die zijn gebaseerd op een wetenschappelijke onderbouwing van daadwerkelijke risico’s en die proportioneel zijn ten opzichte van het beoogde natuurdoel.
11 juni | BBB | Verworpen: 49–101 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 75%)

Argumenten voor: De partij wil in het landbouwbeleid meer overstappen van het sturen op middelen naar het sturen op doelen [3]. Dit zou een argument kunnen zijn om te stemmen voor een motie die vraagt om maatregelen te baseren op de daadwerkelijke risico's (het effect/doel) in plaats van enkel de aanwezigheid van een middel. Daarnaast pleit de partij voor een 'realistisch beleid' [1].

Argumenten tegen: De partij stelt expliciet dat bij nieuwe stoffen het voorzorgsprincipe strikt gehanteerd moet worden om situaties zoals bij PFAS te voorkomen [4]. Het voorzorgsprincipe houdt in dat er actie wordt ondernomen om schade te voorkomen, ook als de wetenschappelijke zekerheid over de daadwerkelijke risico's nog niet volledig is. De motie vraagt echter om uitsluitend maatregelen te treffen op basis van wetenschappelijke onderbouwing van daadwerkelijke risico's, wat de ruimte voor het strikt hanteren van dit voorzorgsprincipe inperkt. Bovendien stelt de partij dat er soms 'stevige keuzes' nodig zijn om natuurgebieden te beschermen [2].

Bronnen:

  1. "Landbouw en natuur kunnen niet zonder elkaar. Een hoge biodiversiteit is van levensbelang voor bestuiving van allerlei gewassen, goede bodemvruchtbaarheid en daarmee weerbaarheid tegen ziekten en plagen. Voldoende afwisseling tussen soorten gewassen, natuur en landschapselementen is essentieel. We zetten in op fors minder gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en stellen daarom met de sector een reductiedoel op. Groene middelen moeten sneller beschikbaar komen. De toelating van gewasbeschermingsmiddelen door het Ctgb wordt in lijn gebracht met kwaliteitsnormen voor de natuur, water en volksgezondheid. We willen een gericht verbod op het gebruik van glyfosaat voor grasland en groenbemesters. Hardnekkige uitbraken van ziekten en plagen vanwege afnemende resistentie door klimaatverandering vragen om realistisch beleid. Dat betekent enerzijds een sterke reductie van gewasbeschermingsmiddelen door bijvoorbeeld precisietechnieken. Anderzijds verdienen kleinschalige teelten en de oer-Hollandse vollegrondsgroenteteelt bescherming."
  2. "Nederland kent schitterende natuurgebieden. Het wereldwijd unieke Waddengebied, de bossen van de Veluwe, het Drents-Friese Wold, of de Oosterschelde. Ook zijn er prachtige cultuurlandschappen, zoals in het Groene Hart en de Achterhoek. Deze erfenis moeten we koesteren, verzorgen en bewaren voor volgende generaties. Dat vraagt soms stevige keuzes om te voorkomen dat natuurgebieden onherstelbaar beschadigd raken."
  3. "De stikstofuitstoot wordt de komende tien jaar gehalveerd ten opzichte van 2019, zowel de uitstoot van stikstofoxiden in de mobiliteit en industrie als ammoniakuitstoot in de landbouw. Alle sectoren dragen naar rato bij. We stappen af van ingewikkelde berekeningen over waar stikstof precies terechtkomt en richten ons op het verminderen van de daadwerkelijke uitstoot. Ondernemers en dus ook boeren benaderen we vanuit vertrouwen in hun vakmanschap. Daarom stappen we zo veel mogelijk over van sturen op middelen naar sturen op doelen. Elk boerenbedrijf krijgt een bindend bedrijfsspecifiek doel dat is afgeleid van de landelijke opgave en sectorale emissieplafonds. Er komt daarmee veel minder nadruk in het beleid op opkoop van boerenbedrijven. De nadruk op emissie- en doelsturing is effectiever, zorgt ervoor dat er minder boerenbedrijven verdwijnen en vergt ook minder belastinggeld. Immers, met managementmaatregelen, slimme innovaties en een gunstige extensiveringsregeling in kwetsbare gebieden, zodat een bedrijf met minder vee uit kan, is aanzienlijke ammoniakreductie mogelijk. Er komt een agrarische hoofdstructuur, waar ruimte blijft voor hoogproductieve landbouw, en overgangszones rond natuurgebieden, waarin sprake is van extensivering van veehouderij en landgebruik. Grondgebondenheid in de melkveehouderij is een randvoorwaarde en gaan we na decennia van discussie eindelijk wettelijk vastleggen."
  4. "Aanstichters van milieuvervuiling, zoals Chemours en TATA Steel, worden aangesproken op en verantwoordelijk gehouden voor de gevolgen van de vervuiling: kosten voor reiniging en eventuele gezondheidseffecten worden op hen verhaald. Bij nieuwe stoffen wordt het voorzorgsprincipe strikt gehanteerd. Er wordt een inventarisatie uitgevoerd naar stoffen waarvan onbekend is of ze schadelijk zijn voor mens en natuur. Daarmee voorkomen we situaties zoals bij PFAS, waarbij na decennia de gevolgen bijna niet meer te overzien zijn. Bermen en struiken liggen vol met plastic verpakkingsmateriaal. Al dit plastic afval draagt bij aan de wereldwijde plasticsoep. Er wordt daarom toegewerkt naar een verbod op het gebruik van niet-afbreekbaar plastic ten behoeve van eenmalige verpakkingen."