Gifgebruik rond natuurgebieden beperken

De regering moet bij beperkingen van gewasbeschermingsmiddelen rond natuurgebieden (Natura 2000-gebieden) alleen maatregelen nemen op basis van wetenschappelijk bewijs. Het vinden van een stof betekent namelijk niet dat deze ook echt schadelijk is. Maatregelen moeten daarom altijd in verhouding staan tot de echte risico's voor de natuur.

Motie van het lid Vermeer over rond Natura 2000-gebieden uitsluitend proportionele maatregelen treffen met een wetenschappelijke onderbouwing

De kamer, constaterende dat wordt gesproken over aanvullende zoneringen en gebruiksbeperkingen voor gewasbeschermingsmiddelen rondom Natura 2000-gebieden; overwegende dat artikel 6 van de Habitatrichtlijn vraagt om passende maatregelen ter bescherming van natuur, waarbij de aard en de omvang van de maatregelen in verhouding moeten staan tot de daadwerkelijk vastgestelde risico’s; overwegende dat het aantreffen van een stof niet automatisch betekent dat er sprake is van schadelijke effecten; verzoekt de regering om bij eventuele aanvullende zoneringen of gebruiksbeperkingen rond Natura 2000-gebieden uitsluitend maatregelen te treffen die zijn gebaseerd op een wetenschappelijke onderbouwing van daadwerkelijke risico’s en die proportioneel zijn ten opzichte van het beoogde natuurdoel.
11 juni | BBB | Verworpen: 49–101 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij wil dat beleid gebaseerd wordt op de feitelijke staat van de natuur door middel van onafhankelijke en langdurige monitoring [1]. Daarnaast streeft de partij naar een overgang van middelvoorschriften naar doelsturing, waarbij maatregelen pas worden ingezet als ze aantoonbaar tot resultaat leiden [2]. Ook wil de partij regelzucht tegengaan en de wetgeving werkbaar en efficiënt houden [7688, 7221].

Argumenten tegen: Het programma biedt geen directe argumenten om tegen de motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "Wet- en regelgeving werkbaar maken: Op het moment dat een structurele emissiereductie wettelijk is geborgd, zorgt de overheid voor de noodzakelijke randvoorwaarden. Zo worden PAS-melders, ondernemers die te goeder trouw hebben gehandeld maar nu zonder vergunning zitten, gelegaliseerd met bijvoorbeeld een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens. We willen per sector bekijken of een drempelwaarde mogelijk is - om te beginnen voor de bouw, die slechts tijdelijk een geringe uitstoot veroorzaakt. Er moeten weer vergunningen komen voor agrariërs om aan de slag te gaan met stikstofreducerende innovaties, waarvan het grote potentieel recent is aangetoond door onderzoek van de Wageningen Universiteit. En uiteindelijk moeten we waar mogelijk af van de eenzijdige focus op stikstof door op basis van onafhankelijke en langdurige monitoring de feitelijke staat van de natuur leidend te maken bij vergunningverlening."
  2. "Ondernemerschap op basis van doelsturing: We willen een agrarische sector die past bij de draagkracht van de omgeving. Vervuiling en emissies willen we waar nodig dus verminderen. Daarvoor zijn middelvoorschriften, zoals verplichte oogstdata, makkelijk voor de overheid, maar die beperken ondernemerschap. We gaan de handen ineenslaan met het bedrijfsleven om over te gaan op afrekenbare doelen en metingen op bedrijfsniveau. Doelen op het gebied van bodemvruchtbaarheid en waterkwaliteit worden het uitgangspunt van ons bemestingsbeleid. Op het moment dat doelsturing aantoonbaar tot resultaat leidt, schaffen we middelvoorschriften af."