De regering moet bij beperkingen van gewasbeschermingsmiddelen rond natuurgebieden (Natura 2000-gebieden) alleen maatregelen nemen op basis van wetenschappelijk bewijs. Het vinden van een stof betekent namelijk niet dat deze ook echt schadelijk is. Maatregelen moeten daarom altijd in verhouding staan tot de echte risico's voor de natuur.
Motie van het lid Vermeer over rond Natura 2000-gebieden uitsluitend proportionele maatregelen treffen met een wetenschappelijke onderbouwing
De kamer,
constaterende dat wordt gesproken over aanvullende zoneringen en
gebruiksbeperkingen voor gewasbeschermingsmiddelen rondom Natura
2000-gebieden;
overwegende dat artikel 6 van de Habitatrichtlijn vraagt om passende
maatregelen ter bescherming van natuur, waarbij de aard en de omvang
van de maatregelen in verhouding moeten staan tot de daadwerkelijk
vastgestelde risico’s;
overwegende dat het aantreffen van een stof niet automatisch betekent
dat er sprake is van schadelijke effecten;
verzoekt de regering om bij eventuele aanvullende zoneringen of
gebruiksbeperkingen rond Natura 2000-gebieden uitsluitend maatregelen
te treffen die zijn gebaseerd op een wetenschappelijke onderbouwing van
daadwerkelijke risico’s en die proportioneel zijn ten opzichte van het
beoogde natuurdoel.
Argumenten voor: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten die de eis ondersteunen dat maatregelen uitsluitend gebaseerd moeten zijn op wetenschappelijk bewezen daadwerkelijke risico's.
Argumenten tegen: De partij is voorstander van het toepassen van een voorzorgsprincipe voor alle stoffen, waaronder bestrijdingsmiddelen, wat inhoudt dat een stof eerst veilig moet zijn voordat deze op de markt mag komen [1]. Daarnaast wil de partij het gebruik van schadelijke chemicaliën en pesticiden beperken om schade aan de biodiversiteit tegen te gaan [2] en spreekt zij zich uit tegen het gebruik van giftige bestrijdingsmiddelen [3].
Bronnen:
"Daarnaast zijn we voorstander van het toepassen van een voorzorgsprincipe (eerst moet iets veilig zijn, dan mag het de markt op) voor alle stoffen. Niet alleen bij het op de markt brengen van, maar ook voor de huidige loos- en uitstootvergunningen. Dit geldt ook voor bestrijdingsmiddelen."
"Volt wil toe naar een belasting op bepaalde broeikasgassen (zoals onder meer CO₂ en methaan) en op het gebruik van (schadelijke) chemicaliën. Veel schade wordt nu nog niet belast, zoals het gebruik van pesticiden. Dit veroorzaakt schade aan de biodiversiteit en zou zo veel mogelijk moeten worden teruggebracht. In Denemarken wordt dit al gedaan. We voeren een Afrekenbare StoffenBalans in als beleidsinstrument voor emissiereductie door doelsturing, conform het rapport 'Niet alles kan overal' van de Adviescommissie Stikstofproblematiek (Remkes-rapport)."
"De veiligheid van boeren en tuinders en de bodem- en waterkwaliteit moeten leidend zijn. Volt is daarom tegen het gebruik van glyfosaat en andere giftige bestrijdingsmiddelen. We willen dat Nederland tegen het afgeven van een Europese vergunning stemt."