Meer geld voor infrastructuur

De regering moet tijdens Prinsjesdag extra geld regelen voor infrastructuur. Er wordt al jaren te weinig uitgegeven aan wegen en spoor. Er is wel geld beschikbaar, maar dat gaat nu naar andere zaken zoals klimaat, asiel en Brussel. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft meer budget nodig.

Motie van het lid Heutink over extra geld voor infrastructuur regelen

De kamer, constaterende dat er al jaren te weinig geld aan infrastructuur wordt uitgegeven; constaterende dat er wel geld is, maar dat dat wordt uitgegeven aan andere dingen, zoals ontwikkelingshulp, klimaat, asiel en aan Brussel; verzoekt de regering om de Minister van Infrastructuur en Waterstaat bij Prinsjesdag niet opnieuw te strak in zijn pak te naaien en dus extra geld voor infrastructuur te regelen.
30 juni | Markusz | Verworpen: 43–107 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil extra geld vrijmaken voor het wegwerken van achterstallig onderhoud aan het spoor- en vaarwegennet [1]. Er is behoefte aan grootschalige investeringen in onderhoud en infrastructuur om te voorkomen dat het land vastloopt [2][3][6]. Daarnaast investeert de partij fors in openbaar vervoer en infrastructuur [4], heeft zij plannen om miljarden te investeren in gepauzeerde projecten [5] en wil zij een specifiek deel van het BBP aan infrastructuur toewijzen [7].

Argumenten tegen: De motie stelt dat geld aan ontwikkelingshulp wordt uitgegeven in plaats van aan infrastructuur, terwijl de partij expliciet aangeeft 0,7% van het nationale inkomen te willen besteden aan de allerarmsten wereldwijd [8].

Bronnen:

  1. "Grote delen van ons spoor- en vaarwegennet zijn al meer dan vijftig jaar in gebruik en toe aan onderhoud. De komende jaren gaan we aan de slag om deze infrastructurele werken te vervangen en werken achterstallig onderhoud weg. Hier trekken we extra geld voor uit."
  2. "Het kabinet dat na de verkiezingen aantreedt, moet Nederland van het slot halen. Met dappere keuzes, doortastend beleid, grootschalige investeringen in onderhoud, uitvoering, (energie)infrastructuur en duidelijke wetgeving, komt Nederland uit het stikstofmoeras en krijgen bedrijven perspectief op een duurzame toekomst."
  3. "Samenleven betekent verbonden zijn. Mobiliteit brengt mensen bij elkaar. Op bezoek bij familie, naar het werk of de vereniging. Maar Nederland dreigt vast te lopen. Bussen worden wegbezuinigd, de treinen puilen uit en de snelwegen staan vol. Om heel Nederland bereikbaar te houden, zijn investeringen in infrastructuur voor schoon en slim vervoer noodzakelijk. Duurzaam vervoer moet gestimuleerd worden en onnodig verkeer voorkomen."
  4. "Een florerende samenleving en competitieve economie kan niet zonder veilige, moderne en duurzame infrastructuur en mobiliteit. De ChristenUnie investeert fors in openbaar vervoer, het onderhoud van infrastructuur en verkeersveiligheid. De fiets en fietsveiligheid zijn daarbij ook van groot belang."
  5. "Het aantal verkeersdoden moet omlaag. We verbeteren de bescherming van kwetsbare verkeersdeelnemers, zoals wandelaars, fietsers, kinderen (op weg naar school) en ouderen. Daarom investeren we jaarlijks 200 miljoen euro in verkeersveiligheid en fietsinfrastructuur. Overtredingen binnen de bebouwde kom worden harder aangepakt. Stelselmatige overtreders worden strenger gestraft, met name bij zwaardere overtredingen. Het OM kan op verzoek van gemeenten ook op 30 km/u wegen controleren met flitscamera's. We verbinden de landsdelen beter, zoals bij knooppunt Hoevelaken, de A15 of A27. De 17 gepauzeerde projecten worden uitgevoerd. Daarvoor investeren we 5 miljard euro. Voor de A27 Ring Utrecht (Amelisweerd) wordt het regionale alternatief gevolgd. Het geld dat vrijkomt gebruiken we voor investeringen in spoor en OV."
  6. "**Nederland van het slot.** Het is onaanvaardbaar dat ons land vastloopt in het stikstofmoeras, op het volle stroomnet en op weg en spoor. Wij durven beslissingen te nemen: investeren in de toekomst, schadelijke uitstoot terugdringen en wetten maken die echt werken."
  7. "We investeren de komende jaren fors in defensie om te kunnen voldoen aan de NAVO-norm om in 2035 3,5% van ons BBP uit te geven aan defensie en daarnaast 1,5% aan bijvoorbeeld infrastructuur die ook defensie ten goede komt. Naast financiële ruimte is er fors meer fysieke ruimte nodig om te kunnen uitbreiden en om meer op Nederlands grondgebied te kunnen oefenen. De uitbreiding van kazernes en oefenterreinen gebeurt altijd in afstemming met lokale overheden. Er wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met lokale wensen, bijvoorbeeld als het gaat om infrastructuur. Bij nieuwe kazernes kijken we met nadruk naar gebieden waar deze ook een bijdrage kunnen leveren aan economische ontwikkeling en werkgelegenheid."
  8. "**Defensie en ontwikkelingssamenwerking.** We kiezen voor veiligheid en solidariteit. Nederland gaat zich houden aan de afspraken en voldoen aan de internationale normen. Daarom geven we 3.5% van ons nationale inkomen uit aan defensie en 0.7% aan de allerarmsten wereldwijd."