Onderzoek naar de suikerbelasting

De regering moet de effecten van een suikerbelasting grondig onderzoeken. Een suikerbelasting mag namelijk niet alleen een manier zijn om geld te verdienen, maar moet echt de suikerconsumptie verminderen. De regering moet daarom de gevolgen voor de koopkracht (het geld dat mensen overhouden) in kaart brengen en advies vragen aan onafhankelijke gezondheidsexperts.

Motie van het lid Stoffer over de doelmatigheid en doeltreffendheid van de verschillende suikerbelastingvarianten inzichtelijk maken

De kamer, constaterende dat de regering een suikerbelasting wil invoeren, met een beoogde opbrengst van 900 miljoen euro; overwegende dat een vooraf ingeboekte opbrengst lastig te rijmen is met het doel van de belasting, namelijk het terugdringen van de suikerconsumptie, waardoor het risico ontstaat dat de belasting niet doeltreffend en doelmatig wordt of dat de belasting een budgettair doel krijgt; overwegende dat de regering de komende tijd varianten voor een suikerbelasting uitwerkt; verzoekt de regering naast de al toegezegde focus op financiële en economische effecten en grenseffecten: • de doelmatigheid en doeltreffendheid van de verschillende varianten inzichtelijk te maken; • de inkomens- en koopkrachteffecten voor huishoudens(groepen) in kaart te brengen; • inzichtelijk te maken hoe een vooraf geraamde budgettaire opbrengst zich verhoudt tot het beoogde doel van vermindering van de suikerconsumptie; • advies in te winnen bij onder meer onafhankelijke gezondheidsexperts en betrokken maatschappelijke partijen en sectorpartijen; • de Kamer hierover te informeren.
2 juli | SGP | Aangenomen: 128–22 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil specifiek heffingen invoeren op suiker en andere ongezonde producten om producenten te stimuleren gezondere producten te maken [1]. Daarnaast streeft de partij naar een transparante en verstandige politiek waarbij de gevolgen van beleid door onafhankelijke experts in kaart worden gebracht [2]. Het is voor de partij essentieel dat beleid de beoogde reductie van schadelijke effecten daadwerkelijk borgt [3] en dat bij besluitvorming bredere welvaartsindicatoren een prominente rol spelen [2]. De motie, die vraagt om inzicht in de doeltreffendheid, de inkomenseffecten en de verhouding tussen de budgettaire opbrengst en het gezondheidsdoel, sluit hier direct bij aan.

Argumenten tegen:

Bronnen:

  1. "We werken toe naar een evenwichtigere belasting van uitstoot en vervuiling. Daarbij houden we rekening met al bestaande Europese beprijzingsmechanismen. Op vliegtuigbrandstof en -tickets moet na de benodigde verdragswijziging accijns of btw betaald worden. Ook verhogen we de vliegbelasting. Andere fiscale voordelen die leiden tot extra broeikasgasemissies, ook wel fossiele subsidies genoemd, schaffen we af. Milieuvervuiling gaat steviger belast worden, bijvoorbeeld met een NOx-heffing. We belonen duurzamere productie door het invoeren van een belasting op vervuilende verpakkingen. We gaan grond- en leidingwater beter belasten. Accijnzen op tabak en alcohol gaan verder omhoog. Op suiker en andere ongezonde producten worden heffingen ingevoerd om voedselproducenten te stimuleren gezondere producten te maken. We introduceren een verbruiksbelasting op e-sigaretten en verhogen de kansspelbelasting."
  2. "De ChristenUnie staat voor transparante en verstandige politiek. Daarom laten we onze keuzes in kaart brengen door de onafhankelijke experts van het CPB. In deze doorrekening is gedetailleerd te zien wat de gevolgen zijn van ons programma voor zaken als de staatsschuld, belastingdruk, armoedecijfers en klimaatindicatoren. De ChristenUnie wil dat bredewelvaartsindicatoren een prominentere rol spelen in het begrotingsproces en de politieke besluitvorming. BBP-groei als heilige graal ontneemt het zicht op wat echt telt voor mensen en wordt daarom minder leidend."
  3. "Bij alles wat we doen om uit het stikstofmoeras te komen is 'borgen van de aanpak' het sleutelwoord. Dit houdt in dat op voorhand duidelijk moet zijn dat beleid en maatregelen leiden tot een zekere reductie van schadelijke emissies, en daarmee bijdraagt aan natuurherstel. Dat is noodzakelijk om voorbij het additionaliteitsvereiste te komen. Pas dan komt vergunningverlening weer op gang en houden afgegeven vergunningen stand voor de rechter. Dat is dan ook de reden dat bij doelsturing op het boerenerf er altijd een stok achter de deur zal moeten staan, zodat de emissiereductie op voorhand geborgd is. Daarbij is het niet de bedoeling daadwerkelijk dierrechten te schrappen, wel om er zeker van te zijn dat er minder stikstof wordt uitgestoten en vergunningen weer kunnen worden verleend. Als een boerenbedrijf in alle redelijkheid te weinig doet om onder zijn emissieplafond uit te komen, dan is op dat moment minder dieren houden de consequentie. Daartegenover staat dat er 5 miljard euro extra uitgetrokken wordt om boeren te helpen bij doelsturing, extensivering, omschakeling naar biologische landbouw, agrarisch natuurbeheer en natuurherstel."