De regering moet de effecten van een suikerbelasting grondig onderzoeken. Een suikerbelasting mag namelijk niet alleen een manier zijn om geld te verdienen, maar moet echt de suikerconsumptie verminderen. De regering moet daarom de gevolgen voor de koopkracht (het geld dat mensen overhouden) in kaart brengen en advies vragen aan onafhankelijke gezondheidsexperts.
Motie van het lid Stoffer over de doelmatigheid en doeltreffendheid van de verschillende suikerbelastingvarianten inzichtelijk maken
De kamer,
constaterende dat de regering een suikerbelasting wil invoeren, met een
beoogde opbrengst van 900 miljoen euro;
overwegende dat een vooraf ingeboekte opbrengst lastig te rijmen is met
het doel van de belasting, namelijk het terugdringen van de suikerconsumptie, waardoor het risico ontstaat dat de belasting niet doeltreffend en
doelmatig wordt of dat de belasting een budgettair doel krijgt;
overwegende dat de regering de komende tijd varianten voor een
suikerbelasting uitwerkt;
verzoekt de regering naast de al toegezegde focus op financiële en
economische effecten en grenseffecten:
• de doelmatigheid en doeltreffendheid van de verschillende varianten
inzichtelijk te maken;
• de inkomens- en koopkrachteffecten voor huishoudens(groepen) in
kaart te brengen;
• inzichtelijk te maken hoe een vooraf geraamde budgettaire opbrengst
zich verhoudt tot het beoogde doel van vermindering van de
suikerconsumptie;
• advies in te winnen bij onder meer onafhankelijke gezondheidsexperts
en betrokken maatschappelijke partijen en sectorpartijen;
• de Kamer hierover te informeren.
Argumenten voor: De partij streeft naar een deskundige overheid [1] die beleid maakt op basis van de maatschappelijke kosten en baten [1][2]. Daarnaast wil de partij gezondheidsdoelen, zoals het bestrijden van overgewicht, wettelijk vastleggen om te zorgen dat afspraken ook daadwerkelijk resultaat opleveren [3]. De motie vraagt om inzicht in de effectiviteit van de belasting en de maatschappelijke impact, wat aansluit bij de wens om te begroten op basis van brede welvaart en de lange-termijn-effecten van beleid [2].
Argumenten tegen: Het programma biedt geen specifieke argumenten om tegen het inwinnen van advies of het in kaart brengen van effecten te stemmen.
Bronnen:
"D66 wil een sterke, deskundige overheid die Nederland weer vooruitbrengt. Dat begint met minder regels, meer menselijkheid en meer ruimte voor maatwerk. We richten een eerlijker belastingstelsel in, waarin werken meer loont en grote vermogens en vervuilers meer betalen. Toeslagen maken we eenvoudiger en vervangen we stap voor stap voor een individueel basisbedrag. En we gaan anders begroten: op basis van de maatschappelijke kosten en baten van beleid, zodat we verstandig investeren in de toekomst van Nederland. Veiligheid en defensie zijn cruciaal, maar mogen nooit ten koste gaan van de samenleving die we juist willen beschermen. Daarom gaat er geen euro minder naar het onderwijs en het sociale vangnet."
"Goed begroten is belangrijk om verstandig met de overheidsuitgaven om te gaan. Maar hoe de overheid nu begrotingen opstelt, heeft een paar grote nadelen. Ten eerste weegt de overheid de maatschappelijk kosten én baten van beleid vaak niet mee. Ten tweede weegt de overheid vaak niet mee wat de kosten zullen zijn, als de overheid nu niets doet. D66 verandert dit, door te begroten voor de brede welvaart. Hierin wegen ook de lange-termijn-effecten van beleid mee in de begroting. Zo wordt bijvoorbeeld het oplossen van een groot probleem als kansenongelijkheid een investering die waarde oplevert, in plaats van een kostenpost. Het voorkomen van klimaatschade maken we ook zichtbaar als vermeden kosten."
"We leggen doelen voor gezondheid vast in de wet, zoals over grote achterstanden in gezondheid of over overgewicht bij kinderen. Zo zorgen we dat de politiek echt stappen moet zetten en afspraken niet zonder resultaten blijven."