De regering moet garanderen dat er tot en met 2050 geen nieuwe claims komen voor extra ruimte of milieu in de gemeente Moerdijk. Dit is nodig voor de zekerheid van de inwoners. Er mag namelijk niet in de toekomst alsnog meer ruimte worden gevraagd voor industrie, havens of energie. Deze afspraak moet worden vastgelegd tijdens het Bestuurlijk Overleg in juni 2026. ››
De regering moet in het actieplan versnelling woningbouw per fase laten zien welke knelpunten vertraging veroorzaken en daar maatregelen aan verbinden. Dit is nodig om 100.000 woningen per jaar te kunnen bouwen. Nu zorgen zaken zoals de nieuwe Omgevingswet, vergunningen en personeelstekorten nog voor te veel vertraging. ››
De regering moet in het programma Uitvoeringskracht zorgen voor snellere bezwaarprocedures. De huidige procedures duren te lang, waardoor het oplossen van de woningnood onnodig wordt vertraagd. ››
De regering moet onder de Omgevingswet goede voorbeelden van vroege inspraak bij woningbouw verzamelen en delen via het kenniscentrum woningbouw. Goede inspraak aan het begin zorgt voor meer steun in de buurt. Ook voorkomt het vertragingen door bezwaren en rechtszaken. ››
De regering moet gemeenten helpen om hun omgevingsplannen sneller geschikt te maken voor woningbouw. Een omgevingsplan is een regeling die bepaalt wat er op een plek mag gebeuren. Een actueel plan geeft namelijk meer duidelijkheid en zekerheid aan bewoners, de gemeente en mensen die willen bouwen. ››
De regering moet in het ruimtelijk stelsel (de regels voor de inrichting van Nederland) voorkomen dat verschillende beschermingsregels elkaar in de weg zitten bij de bouw van woningen. Op één plek kunnen namelijk vaak meerdere regels tegelijk gelden. Dit maakt procedures te ingewikkeld en zorgt ervoor dat nieuwe huizen niet gebouwd kunnen worden. ››
De regering moet bij de nieuwe nationale grondbank voorrang geven aan de volkshuisvesting bij het verdelen van grond. Zonder voldoende grond is het niet mogelijk om belangrijke maatschappelijke doelen te halen, zoals het bouwen van woningen. ››
De regering moet de ondersteuning voor gemeenten en provincies bij de Omgevingswet voortzetten en versterken. De nieuwe wet verandert de manier van werken volledig. Goede hulp is nodig voor een goede uitvoering en om onduidelijkheid te voorkomen. ››
De regering moet extra investeren in de kwaliteit en gebruiksvriendelijkheid van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Gebruikers hebben nu namelijk problemen met de gebruiksvriendelijkheid, de snelheid en het delen van gegevens. Het DSO is een belangrijk systeem voor het regelen van vergunningen en de samenwerking tussen overheden. ››
De regering moet hittebestendigheid een vast onderdeel maken van de planning bij woningbouw en gebiedsontwikkeling. Dit is nodig om de doelen uit de Nationale Klimaatadaptatiestrategie (een plan tegen klimaatverandering) te halen. Beslissingen over hoe we bouwen en de buitenruimte inrichten liggen namelijk voor tientallen jaren vast. ››
De regering moet per woning duidelijk maken wat het risico is op schade door water of klimaat, zoals overstromingen of droogte. Ook moet er inzichtelijk zijn of die schade verzekerbaar is. Nu weten bewoners en eigenaren dit vaak niet bij het kopen of huren van een woning. Hierdoor lopen zij onbewust grote risico's. ››
De regering moet samen met gemeenten een landelijk plan maken voor meer groen in de stad. Bijna 10 miljoen Nederlanders wonen in wijken die te warm worden door te veel beton. Meer groen helpt tegen hitte en wateroverlast. De plannen voor vergroening moeten worden opgenomen in de Nota Ruimte (het landelijke plan voor de inrichting van Nederland). ››
De regering moet een talentstrategie maken met duidelijke keuzes voor economische sectoren. Mensen moeten namelijk worden geholpen om naar belangrijke en productieve banen te gaan. Eerdere regelingen, zoals het STAP-budget, zorgden er juist voor dat mensen weggingen bij sectoren met personeelstekort. De regering moet daarom concrete doelen stellen voor bij- en omscholing. ››
De regering moet de Kamer altijd om toestemming vragen als de Europese Unie invloed wil uitoefenen op het Nederlandse armoedebeleid. Het bestrijden van armoede is namelijk een nationale verantwoordelijkheid. ››
De regering moet zich tot het laatste moment verzetten tegen de ruimere export van WW-uitkeringen. Dit betekent dat mensen een Nederlandse uitkering kunnen ontvangen terwijl ze in het buitenland wonen. De regering moet ook steun zoeken bij andere partijen om dit plan in de Kamer te blokkeren. ››
De regering moet de Juridische Dienst van de Raad om een juridisch advies vragen over de EU Inc-verordening (een nieuwe Europese regeling). Er zijn juridische twijfels over de wet. De regeling kan namelijk grote gevolgen hebben voor de rechten van werknemers. ››
De regering moet in het Europese wetsvoorstel voor aandelenopties zorgen dat collectieve loonafspraken belangrijker blijven. Aandelenopties mogen namelijk de macht van vakbonden en de cao (de afspraken tussen werkgevers en werknemers) niet verzwakken of het minimumloon in gevaar brengen. ››
De regering moet voorkomen dat werknemers hun rechten verliezen door het nieuwe Europese '28ste regime'. Dit nieuwe systeem is bedoeld om Europese regels te versoepelen. Er zijn echter te weinig waarborgen om te voorkomen dat bedrijven de wet omzeilen en de bescherming van werknemers ontduiken. ››
De regering moet innovatie, automatisering en een hogere arbeidsproductiviteit de belangrijkste oplossing maken voor personeelstekorten. Te veel arbeidsmigratie zorgt namelijk voor druk op de woningmarkt en publieke voorzieningen. Innovatie en automatisering bieden op de lange termijn een duurzamere oplossing voor de economie. ››
De regering moet zich blijven verzetten tegen het langer exporteren van WW-uitkeringen (geld voor werklozen) naar andere EU-landen. Een langere periode maakt het moeilijker om mensen naar werk te begeleiden en de uitkeringen te controleren. Daarnaast zorgt dit voor hogere kosten voor de sociale zekerheid. ››