De regering moet sancties instellen tegen Israël. Israël pleegt of duldt misdaden tegen Palestijnse christenen, zoals geweld, intimidatie en onteigening. Deze acties moeten stoppen om de groep te beschermen. ››
De regering moet het aanpakken van geweld tegen christenen opnemen in haar beleid en diplomatiek aankaarten. Op veel plekken ter wereld blijven daders ongestraft. Dit bedreigt de religieuze vrijheid en mensenrechten. Nederland moet internationaal aandringen op vervolging. ››
De regering moet zich hard maken voor een krachtige rol van de EU speciaal gezant voor godsdienstvrijheid. Deze functie is na een tijd vacant nu weer ingevuld en moet stevige financiële middelen, een duidelijk mandaat en een vaste plek binnen de Europese Commissie krijgen. Nederland moet hierin het voortouw nemen. ››
De regering moet gedwongen huwelijken en kindhuwelijken bespreken in overleg met andere landen. Deze praktijken schenden de rechten van vrouwen, kinderen en geloofsgroepen. Andere landen moeten zorgen voor eerlijke rechtspraak. ››
De regering moet onderzoeken welke maatregelen Nederland kan nemen tegen landen met de doodstraf voor godslastering of afvalligheid (het verlaten van het geloof). Deze wetten worden misbruikt om christenen vals te beschuldigen. Nederland moet zijn aanpak hiertegen versterken. ››
De regering moet in het wetsvoorstel Concretisering deugdelijkheidseisen afzien van een verplichting tot evidence-informed werken (werken op basis van onderzoek). Verplichte methoden beperken de professionele vrijheid van leraren. Leraren hebben juist meer ruimte voor eigen vakmanschap nodig om het beroep aantrekkelijker te maken. De Onderwijsraad raadt de verplichting ook af. ››
De regering moet leservaring opnemen in de beroepsstandaarden van schoolleiders, lerarenopleiders en onderwijsinspecteurs. Zelf lesgeven is nodig om de klaspraktijk te begrijpen. Dit verhoogt de onderwijskwaliteit en versterkt de positie van het leraarsberoep. ››
De regering moet bonussen voor leraren in grote steden beperken of reguleren. Deze premies trekken docenten weg bij omliggende gemeenten, waardoor daar lerarentekorten ontstaan. Een eerlijkere verdeling voorkomt klaslokalen zonder docent in kleinere plaatsen. ››
De regering moet onderzoeken hoe expliciete directe instructie (EDI), een lesmethode met duidelijke doelen en veel oefenen, meer aandacht krijgt bij lerarenopleidingen. Deze aanpak verbetert de basisvaardigheden. Bovendien zorgt de structuur voor rust in de klas. Dat maakt werken in het onderwijs aantrekkelijker en pakt het lerarentekort aan. ››
De regering moet onderzoeken hoe de rol van de lezende leraar wordt vastgelegd in kennisbases (leerstof voor opleidingen), bekwaamheidseisen en bijscholing. Een leraar die zelf leest en kinderliteratuur kent, is essentieel voor de leesmotivatie en leesvaardigheid van leerlingen. Momenteel ontbreekt hiervoor nog een duidelijke regeling. ››
De regering moet een lerarenraad instellen. Leraren staan dagelijks in de klas en zien precies wat werkt in de praktijk. Hun vaste inbreng maakt onderwijsbeleid uitvoerbaarder en effectiever voor het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. ››
De regering moet onderzoek doen naar een terugkeergarantie voor mensen die van een andere baan naar het onderwijs willen stappen. Nederland kampt met een tekort aan docenten. Zo'n garantie verlaagt de drempel, omdat werknemers weten dat ze terug kunnen naar hun oude baan. Voorbeelden uit Amsterdam en Den Haag tonen aan dat dit werkt. ››
De regering moet het volledige lerarentekort oplossen. Elk kind heeft recht op een bevoegde leraar. Het is onacceptabel dat de overheid zich neerlegt bij minder docenten op de lange termijn. Noodmaatregelen zoals een vierdaagse lesweek mogen nooit de norm worden. Het tekort is het gevolg van politieke keuzes en moet volledig worden weggewerkt. ››
De regering moet onderzoeken hoeveel onbevoegde docenten er voor de klas staan en hoe deze verdeeld zijn. Huidige cijfers tonen alleen vacatures, niet hoe scholen tekorten opvangen met stagiairs of andere noodmaatregelen. ››
De regering moet onderzoeken welk percentage van het schoolbudget naar lerarensalarissen gaat. Schoolbesturen geven te veel uit aan indirecte kosten zoals ICT en adviesbureaus, terwijl de leraar in de klas te weinig krijgt. Inzicht in de geldstromen laat zien of het budget rechtstreeks het onderwijs bereikt. ››
Het kabinet moet onderzoeken of de omvang van schoolbesturen samenhangt met ziekteverzuim en verloop onder leraren. Leraren stoppen vaak door te weinig zeggenschap. In grote besturen ervaren docenten minder directe invloed op hun werk. ››
De regering moet onderzoeken of hybride docentschap mogelijk is voor beroepsgerichte vakken in het vmbo, vso en mbo. Hybride docenten combineren lesgeven met een andere baan. Zo blijven professionals werkzaam in kraptesectoren en brengen ze tegelijk praktijkkennis de klas in. Dit verkleint het lerarentekort zonder andere sectoren verder uit te putten. ››
31 maart, Goedkeuring van het op 21 juni 2019 te Genève tot stand gekomen Verdrag inzake het uitbannen van geweld en intimidatie op de werkvloer (Trb. 2020, 2 en Trb. 2020, 34) (36684)
De regering moet de definitie van psychosociale arbeidsbelasting in de Arbowet (Arbeidsomstandighedenwet) objectiveren. De huidige definitie is te subjectief, waardoor normen voor acceptabel gedrag op de werkvloer onduidelijk zijn. ››
De regering moet voorkomen dat een verdrag tegen werkgeweld leidt tot extra regels voor bedrijven. Bestaande wetgeving en de RI&E (risico-inventarisatie) dekken al voldoende. Internationale afspraken en open normen worden vaak gebruikt om nieuwe verplichtingen op te leggen of vereenvoudiging tegen te houden. Extra regeldruk voor ondernemers moet worden voorkomen. ››
De regering moet met werkgevers en werknemers een plan maken tegen agressie in winkels. Winkelmedewerkers worden steeds vaker geconfronteerd met geweld van klanten. De verplichte risico-inventarisatie (RI&E) moet daarom strenger worden gecontroleerd. ››