De regering mag geen apart doctoraat voor het hbo invoeren. Een aparte route zorgt voor verwarring en maakt diploma's minder duidelijk in het buitenland. Praktijkonderzoek moet daarom onder de universiteiten blijven vallen. Zo blijft de kwaliteit gelijk en is er voor iedereen één duidelijke internationale titel.
Motie van de leden Claassen en Keijzer over afzien van de wettelijke verankering van een apart hbo-doctoraat
De kamer,
constaterende dat het kabinet een wettelijk verankerd professioneel
doctoraat (PD) in het hbo wil introduceren;
overwegende dat dit leidt tot een tweede, parallelle doctoraatsroute naast
de universitaire promotie, met risico op versnippering van het hogeronderwijsstelsel, aantasting van de internationale herkenbaarheid van de
bamastructuur en niveau-inflatie;
overwegende dat hoogwaardig praktijkgericht onderzoek uitstekend kan
plaatsvinden binnen bestaande universitaire PhD-trajecten in samenwerking met hogescholen en het werkveld;
verzoekt de regering af te zien van de wettelijke verankering van een apart
hbo-doctoraat en in plaats daarvan praktijkgericht onderzoek te integreren
onder universitaire regie met één uniform kwaliteitskader en één
internationale doctorstitel.
Argumenten voor: Er is geen directe steun voor de motie. Eventueel zou men uit [1] kunnen afleiden dat samenwerking binnen het hoger onderwijs door geschikte fondsen wordt bevorderd, wat aansluit bij het idee dat praktijkgericht onderzoek plaatsvindt via samenwerking in plaats van een apart nieuw doctoraat.
Argumenten tegen: De partij stelt dat investeringen in wetenschap en onderzoek noodzakelijk zijn en dat zij blijvend investeert in praktijkgericht onderzoek op hogescholen [1]. Ook wordt gepleit voor een beteren samenspel tussen wetenschap en kennisinstituten [2]. Dit zou kunnen betekenen dat zij investeringen in een PD in het hbo wel zouden steunen als onderdeel van die investeringsagenda.
Bronnen:
"Investeringen in wetenschap en onderzoek zijn nodig als we ons als land willen blijven ontwikkelen, in lijn met de Lissabondoelstelling van 3%. Innovaties zijn nodig om de omslag naar een ecologisch verantwoorde en competitieve economie te maken waarin we op een duurzame manier samenleven, consumeren en produceren. We investeren blijvend in praktijkgericht onderzoek op hogescholen en bevorderen de samenwerking binnen het hoger onderwijs door geschikte fondsen en subsidies. Bovendien investeren we in sectorplannen en in ongebonden onderzoek op de universiteiten."
"Om onze toekomstige welvaart zeker te stellen is het van belang om nu te investeren in innovatie en productiviteit. Dat vraagt om een beter samenspel van wetenschap, kennisinstituten, opleidingen en bedrijven. Er komt een nationale investeringsbank, als voortzetting van InvestNL. Op macroniveau bedragen op termijn de publieke en private uitgaven aan innovatie en onderzoek 3% van het nationaal inkomen. We verbeteren de toegang van het mkb, start-ups en scale-ups tot groeikapitaal, ook via nonbancaire financiers als Qredits. We versterken de regionale industrieclusters, bijvoorbeeld via een investeringsdeal waar huisvesting onderdeel van is. Hierbij valt te denken aan de herbestemming van ongebruikte kantoorpanden."