Geen apart doctoraat voor het hbo

De regering mag geen apart doctoraat voor het hbo invoeren. Een aparte route zorgt voor verwarring en maakt diploma's minder duidelijk in het buitenland. Praktijkonderzoek moet daarom onder de universiteiten blijven vallen. Zo blijft de kwaliteit gelijk en is er voor iedereen één duidelijke internationale titel.

Motie van de leden Claassen en Keijzer over afzien van de wettelijke verankering van een apart hbo-doctoraat

De kamer, constaterende dat het kabinet een wettelijk verankerd professioneel doctoraat (PD) in het hbo wil introduceren; overwegende dat dit leidt tot een tweede, parallelle doctoraatsroute naast de universitaire promotie, met risico op versnippering van het hogeronderwijsstelsel, aantasting van de internationale herkenbaarheid van de bamastructuur en niveau-inflatie; overwegende dat hoogwaardig praktijkgericht onderzoek uitstekend kan plaatsvinden binnen bestaande universitaire PhD-trajecten in samenwerking met hogescholen en het werkveld; verzoekt de regering af te zien van de wettelijke verankering van een apart hbo-doctoraat en in plaats daarvan praktijkgericht onderzoek te integreren onder universitaire regie met één uniform kwaliteitskader en één internationale doctorstitel.
16 april | Markusz, Keijzer | Verworpen: 62–88 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma JA21

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De motie stelt dat het hbo-doctoraat kan leiden tot 'niveau-inflatie'. Dit sluit aan bij het uitgangspunt van de partij om 'studenten uit te dagen in plaats van de kwaliteit van onderwijs verlagen' [1]. Door te pleiten voor integratie in universitaire trajecten in plaats van een parallelle route, kan de partij waken voor de hoge kwaliteit van het wetenschappelijk onderwijs waar Nederland om bekend staat [2].

Argumenten tegen: De partij stelt dat financiering gebaseerd moet zijn op 'maatschappelijke behoefte of vraag vanuit het bedrijfsleven' [3]. Indien het hbo-doctoraat wordt ingevoerd vanuit een specifieke behoefte uit de praktijk of het bedrijfsleven, zou de partij vanuit dit oogpunt mogelijk voorstander kunnen zijn van deze vernieuwing in het hbo.

Bronnen:

  1. "Leerlingen en studenten uitdagen in plaats van de kwaliteit van onderwijs verlagen."
  2. "Nederland staat wereldwijd bekend om de hoge kwaliteit van haar hoger onderwijs. Voor ons land als kennisecono -mie is het van absoluut belang dat we deze toppositie weten te behouden. De bezuiniging op het wetenschappelijk onderwijs van €500 miljoen moet wat JA21 betreft dan ook ongedaan worden gemaakt."
  3. "JA21 pleit ervoor een groter deel van het budget als vaste voet toe te kennen onafhankelijk van de studentenaan -tallen, dit zorgt voor stabiliteit ook voor de onderwijs -instellingen in met name de regio's die nu mede afhankelijk zijn van buitenlandse studenten aantallen. Voorts dient de financiering te worden gebaseerd op kwaliteit en maatschappelijke impact. Het Rijk moet sturen door de bekostiging afhankelijk te maken van of voldaan wordt aan een maatschappelijke behoefte of vraag vanuit het bedrijfsleven."