De regering mag geen apart doctoraat voor het hbo invoeren. Een aparte route zorgt voor verwarring en maakt diploma's minder duidelijk in het buitenland. Praktijkonderzoek moet daarom onder de universiteiten blijven vallen. Zo blijft de kwaliteit gelijk en is er voor iedereen één duidelijke internationale titel.
Motie van de leden Claassen en Keijzer over afzien van de wettelijke verankering van een apart hbo-doctoraat
De kamer,
constaterende dat het kabinet een wettelijk verankerd professioneel
doctoraat (PD) in het hbo wil introduceren;
overwegende dat dit leidt tot een tweede, parallelle doctoraatsroute naast
de universitaire promotie, met risico op versnippering van het hogeronderwijsstelsel, aantasting van de internationale herkenbaarheid van de
bamastructuur en niveau-inflatie;
overwegende dat hoogwaardig praktijkgericht onderzoek uitstekend kan
plaatsvinden binnen bestaande universitaire PhD-trajecten in samenwerking met hogescholen en het werkveld;
verzoekt de regering af te zien van de wettelijke verankering van een apart
hbo-doctoraat en in plaats daarvan praktijkgericht onderzoek te integreren
onder universitaire regie met één uniform kwaliteitskader en één
internationale doctorstitel.
Argumenten voor: Er is geen directe steun te vinden in de programmatekst voor het standpunt van de motie. Men zou een argument kunnen afleiden uit het algemene streven om niet teveel te sturen vanuit de overheid [1], wat de wettelijke verankering van een nieuwe doctoraatsroute door de overheid in twijfel kan trekken.
Argumenten tegen: De partij stelt dat zij de stap naar voren willen zetten met een toekomstbeeld voor het hbo [1] en zij willen dat instellingen hun aanbod makkelijker kunnen vernieuwen door de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek te moderniseren [2]. Een professioneel doctoraat zou kunnen worden gezien als een vorm van innovatie en vernieuwing van het hbo-aanbod.
Bronnen:
"Ons mbo, hbo en wetenschappelijk onderwijs bruist van de gouden handen en de knappe koppen. Als we in de toekomst willen innoveren hebben we hun kennis en kunde hard nodig. We vertrouwen erop dat instellingen en studenten hun eigen keuzes kunnen maken, zonder een overheid die te veel stuurt. Tegelijkertijd ontslaat dat de politiek niet van de plicht om, in periodes waarin arbeidsmarkttekorten, richting te geven. De VVD wil de stap naar voren zetten: het is tijd voor een toekomstbeeld voor het mbo, hbo en wetenschappelijk onderwijs."
"Geen inhoudelijke bemoeienis, wel richting geven: Om de aansluiting op de arbeidsmarkt te verbeteren gaat de overheid meer sturen op de verdeling van aantallen studenten over opleidingen. De bekostiging moet gebaseerd worden op de capaciteit. We gaan instellingen vragen meer samen te werken, zich te profileren op thema's en minder te concurreren op studentenaantallen. De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek wordt daartoe gemoderniseerd, zodat instellingen hun aanbod makkelijker kunnen vernieuwen."