Geen apart doctoraat voor het hbo

De regering mag geen apart doctoraat voor het hbo invoeren. Een aparte route zorgt voor verwarring en maakt diploma's minder duidelijk in het buitenland. Praktijkonderzoek moet daarom onder de universiteiten blijven vallen. Zo blijft de kwaliteit gelijk en is er voor iedereen één duidelijke internationale titel.

Motie van de leden Claassen en Keijzer over afzien van de wettelijke verankering van een apart hbo-doctoraat

De kamer, constaterende dat het kabinet een wettelijk verankerd professioneel doctoraat (PD) in het hbo wil introduceren; overwegende dat dit leidt tot een tweede, parallelle doctoraatsroute naast de universitaire promotie, met risico op versnippering van het hogeronderwijsstelsel, aantasting van de internationale herkenbaarheid van de bamastructuur en niveau-inflatie; overwegende dat hoogwaardig praktijkgericht onderzoek uitstekend kan plaatsvinden binnen bestaande universitaire PhD-trajecten in samenwerking met hogescholen en het werkveld; verzoekt de regering af te zien van de wettelijke verankering van een apart hbo-doctoraat en in plaats daarvan praktijkgericht onderzoek te integreren onder universitaire regie met één uniform kwaliteitskader en één internationale doctorstitel.
16 april | Markusz, Keijzer | Verworpen: 62–88 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma Volt

Stemverwachting: tegen (zeer onzeker, 40%)

Argumenten voor: Er is geen directe steun te vinden voor het verwerpen van een hbo-doctoraat. Mogelijk zou een partij kunnen beargumenteren dat de nadruk op kwaliteit en maatschappelijke waarde [2] gewaarborgd moet blijven via een uniform systeem, maar het verkiezingsprogramma zwijgt over de specifieke structuur van doctoraatsgraden.

Argumenten tegen: De partij zet in op het versterken van de samenwerking tussen universiteiten en hogescholen via het 'Europese Universiteiten Initiatief' [4] en stimuleert investeringen in praktijkgericht onderzoek [3]. Een apart hbo-doctoraat zou gezien kunnen worden als een middel om dit praktijkgericht onderzoek verder te versterken en professionaliseren, wat aansluit bij de ambities voor innovatie en regionale samenwerking [1][3].

Bronnen:

  1. "We moeten meer investeren in de regionale samenwerking tussen onderwijs en het bedrijfsleven, om zo de regionale economie en leefbaarheid te bevorderen."
  2. "Volt pleit voor het afbouwen van prestatiebekostiging en voor het hervormen van internationale studentenwerving. Onderwijsinstellingen mogen zich profileren op inhoud en maatschappelijke bijdrage, maar hoeven niet langer met marketingbudgetten op zoek naar zo veel mogelijk inschrijvingen. Volt stimuleert bekostiging op basis van publieke waarden zoals toegankelijkheid, kleinschaligheid, kwaliteit van begeleiding, onderzoeksethiek en regionale samenwerking."
  3. "Volt zorgt voor vaste, langetermijnfinanciering van fundamenteel, toegepast en praktijkgericht onderzoek. Zo hebben onderzoekers en kennisinstellingen structurele zekerheid om risicovolle en innovatieve projecten op te zetten. Dit voorkomt kortetermijndenken in onderzoek en maakt Nederland aantrekkelijker voor toptalent en internationale samenwerking. Succesvolle publiekprivate consortia als Oncode Institute en Biotech Booster, die wetenschap en toepassing verbinden en zo maatschappelijke waarde creëren, nemen we als uitgangspunt. De Nationale Investeringsbank krijgt hierbij een actieve rol om de ontwikkeling van onderzoeksresultaten naar innovatieve bedrijven en maatschappelijke toepassingen te ondersteunen."
  4. "We versterken het Europese Universiteiten Initiatief waarbij universiteiten en hogescholen in heel de EU gezamenlijke opleidings- en studietrajecten vormgeven. Meer universiteiten in Nederland sluiten zich hierbij aan."