Geen EU-collectieve defensie via EU-verdrag

De regering moet zich in de Europese Unie verzetten tegen plannen om artikel 42 lid 7 van het EU-verdrag uit te breiden naar een gezamenlijk defensiesysteem van de EU. Voor de meeste lidstaten blijft de NAVO de basis voor hun verdediging. Een eigen EU-defensiemechanisme is daarom ongewenst.

Motie van het lid Hoogeveen over zich verzetten tegen het uiteindelijk oprekken van artikel 42, lid 7, van het Verdrag betreffende de Europese Unie tot een EU-collectief defensiemechanisme

De kamer, constaterende dat artikel 42, lid 7, van het Verdrag betreffende de Europese Unie een bijstandsverplichting bevat zonder uitgewerkt EU-kader voor collectieve defensie; overwegende dat binnen de EU wordt gesproken over verdere operationalisering van deze bepaling en dit ook in de Nederlandse non-paperinzet vermeld staat; overwegende dat het Verdrag betreffende de Europese Unie expliciet ook bepaalt dat voor veel lidstaten de NAVO de basis van hun collectieve verdediging blijft; verzoekt de regering zich in Europees verband te verzetten tegen het uiteindelijk oprekken van artikel 42, lid 7, van het Verdrag betreffende de Europese Unie tot een EU-collectief defensiemechanisme.
16 april | JA21 | Aangenomen: 93–56 |

Partijstandpunten

Verkiezingsprogramma CDA over dit onderwerp

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 80%)

Waarom voor? De partij stelt dat voor veel lidstaten de NAVO de basis van de verdediging moet blijven. Een partij die uitgaat van fragment [3] zou kunnen concluderen dat defensie primair een NAVO-aangelegenheid is en dat versterking van EU-gebaseerde mechanismen de focus daarvan kan afleiden.

Waarom tegen? De partij streeft expliciet naar 'volledige Europese strategische autonomie op het gebied van defensie en veiligheid' [1] en een 'sterk Europa dat ook qua veiligheid autonomer wordt' [2]. Het tegenhouden van een EU-collectief defensiemechanisme via artikel 42, lid 7, zou haaks staan op dit streven naar meer Europese integratie en autonomie in veiligheidszaken.

Bronnen:

  1. "We willen dat Nederland vooroploopt in het ontwikkelen van een volwaardige Europese pijler in de NAVO, met een Europese Veiligheidsraad. We bouwen onze afhankelijkheden af en streven - op termijn - naar volledige Europese strategische autonomie op het gebied van defensie en veiligheid." (0.712)
  2. "Voor een open, ondernemend en relatief klein land als Nederland zijn dit risicovolle ontwikkelingen. Onze veiligheid en welvaart zijn onlosmakelijk verbonden met een wereld waarin landen zich houden aan de afspraken die ze zelf hebben gemaakt en waarin het internationaal recht bescherming biedt. De grote uitdagingen van deze tijd, zoals veiligheid, migratie, klimaat, ons concurrentievermogen en nieuwe technologische ontwikkelingen zoals AI, vragen om een sterk Europa dat ook qua veiligheid autonomer wordt en een saamhorige NAVO. Nederland moet hierin een actieve rol spelen en investeren in een krijgsmacht die voldoende toegerust is. Dat vraagt om solidariteit en samenwerking." (0.709)
  3. "De inzet van de krijgsmacht is primair het afschrikken van agressie en het voorkomen van oorlog in Nederland en in het NAVO-verdragsgebied. Nederland zet zich in voor stabiliteit in het fragiele gebied rondom Europa en de verdediging van de Caribische delen van het Koninkrijk. We doen mee aan operaties en oefeningen van partnerlanden. Het Toetsingskader voor vredesmissies is leidend." (0.696)