De regering moet zich in de Europese Unie verzetten tegen plannen om artikel 42 lid 7 van het EU-verdrag uit te breiden naar een gezamenlijk defensiesysteem van de EU. Voor de meeste lidstaten blijft de NAVO de basis voor hun verdediging. Een eigen EU-defensiemechanisme is daarom ongewenst.
Motie van het lid Hoogeveen over zich verzetten tegen het uiteindelijk oprekken van artikel 42, lid 7, van het Verdrag betreffende de Europese Unie tot een EU-collectief defensiemechanisme
De kamer,
constaterende dat artikel 42, lid 7, van het Verdrag betreffende de
Europese Unie een bijstandsverplichting bevat zonder uitgewerkt
EU-kader voor collectieve defensie;
overwegende dat binnen de EU wordt gesproken over verdere operationalisering van deze bepaling en dit ook in de Nederlandse non-paperinzet
vermeld staat;
overwegende dat het Verdrag betreffende de Europese Unie expliciet ook
bepaalt dat voor veel lidstaten de NAVO de basis van hun collectieve
verdediging blijft;
verzoekt de regering zich in Europees verband te verzetten tegen het
uiteindelijk oprekken van artikel 42, lid 7, van het Verdrag betreffende de
Europese Unie tot een EU-collectief defensiemechanisme.
Waarom voor? De partij stelt dat zij 'geen voorstander van een Europees leger' is en 'altijd zelf' wil bepalen of militairen worden ingezet [1]. Bovendien hecht de partij aan het 'behouden van onze soevereine zeggenschap over hoe ons land wordt bestuurd' [2]. Door de motie te steunen verzet de partij zich tegen een EU-bevoegdheid in collectieve defensie die de nationale soevereiniteit over de inzet van troepen zou kunnen inperken.
Waarom tegen? Er is geen directe passage in het verkiezingsprogramma die aangeeft dat de partij voorstander is van het uitbreiden van EU-bevoegdheden naar collectieve defensie. De partij is enkel pragmatisch voorstander van EU-samenwerking wanneer uitdagingen 'beter in Europees verband' kunnen worden aangepakt [2], maar dit is onvoldoende om een tegenstand tegen de motie op te baseren gezien de sterke nadruk op nationale soevereiniteit in defensiezaken.
Bronnen:
"Wij zijn een voorstander van Europese defensiesamenwerking, maar geen voorstander van een Europees leger. Wij moeten altijd zelf blijven bepalen of onze militairen worden ingezet." (0.761)
"Wij zijn pragmatische voorstanders van de EU: als wij uitdagingen beter in Europees verband kunnen aanpakken, dan zijn wij daar een voorstander van. Wij hechten aan het borgen van inspraak van ons nationale parlement bij EU-regelgeving en hechten aan het behouden van onze soevereine zeggenschap over hoe ons land wordt bestuurd." (0.689)