Geen EU-collectieve defensie via EU-verdrag

De regering moet zich in de Europese Unie verzetten tegen plannen om artikel 42 lid 7 van het EU-verdrag uit te breiden naar een gezamenlijk defensiesysteem van de EU. Voor de meeste lidstaten blijft de NAVO de basis voor hun verdediging. Een eigen EU-defensiemechanisme is daarom ongewenst.

Motie van het lid Hoogeveen over zich verzetten tegen het uiteindelijk oprekken van artikel 42, lid 7, van het Verdrag betreffende de Europese Unie tot een EU-collectief defensiemechanisme

De kamer, constaterende dat artikel 42, lid 7, van het Verdrag betreffende de Europese Unie een bijstandsverplichting bevat zonder uitgewerkt EU-kader voor collectieve defensie; overwegende dat binnen de EU wordt gesproken over verdere operationalisering van deze bepaling en dit ook in de Nederlandse non-paperinzet vermeld staat; overwegende dat het Verdrag betreffende de Europese Unie expliciet ook bepaalt dat voor veel lidstaten de NAVO de basis van hun collectieve verdediging blijft; verzoekt de regering zich in Europees verband te verzetten tegen het uiteindelijk oprekken van artikel 42, lid 7, van het Verdrag betreffende de Europese Unie tot een EU-collectief defensiemechanisme.
16 april | JA21 | Aangenomen: 93–56 |

Partijstandpunten

Behandeld

DatumActiviteit
16 aprilTweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken d.d. 21 april 2026 (CD 16/4)
16 aprilAansluitend: STEMMINGEN (over moties ingediend bij het Tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken)