De regering moet onderzoeken of het verhogen van de premies voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds juridisch en maatschappelijk klopt. De sociale fondsen hebben nu een overschot van 60 miljard euro, waarvan het fonds voor arbeidsongeschiktheid het grootste deel bevat. Het is onduidelijk waarom de premies sneller stijgen dan nodig is voor de uitgaven aan arbeidsongeschiktheid.
Motie van de leden Grinwis en Patijn
De kamer,
constaterende dat het spaaroverschot in de sociale fondsen steeds groter wordt
en ditjaar ca. € 60 miljard bedraagt, waarbij het Arbeidsongeschiktheidsfonds
met ca. € 40 miljard het grootste overschot voor zijn rekening neemt en dit
overschot met vele miljarden per jaar aanzwelt;
overwegende dat implementatie van de voorgenomen maatregelen in het
coalitieakkoord leiden tot nog grotere overschotten;
overwegende dat de Wfsv (Wet financiering sociale verzekeringen) duidelijk regelt
voor welk doel er premies worden geheven, maar dat er ondertussen een kloof is
ontstaan tussen doel en praktijk, die niet los kan worden gezien van het
onderscheid tussen het inkomsten- en uitgavenkader in het begrotingsbeleid en
de politieke keuzes die het afgelopen decennium zijn gemaakt;
verzoekt de regering de juridische houdbaarheid en maatschappelijke
wenselijkheid te analyseren van de huidige praktijk van een veel sneller stijgende
aof-premie dan noodzakelijk voor de arbeidsongeschiktheidsuitgaven, waar nodig
consequenties aan deze analyse te verbinden, en de Kamer hierover uiterlijk voor
de eerstvolgende begrotingsbehandeling van SZW te informeren.
Waarom voor? De partij streeft naar het fors laten dalen van de lasten op arbeid door het afschaffen van premies [1]. De motie richt zich op een veel sneller stijgende Aof-premie dan noodzakelijk voor de uitgaven, wat direct ingrijpt op de lasten op arbeid. Een onderzoek naar deze praktijk past bij het streven om werkgeverspremies te verminderen ten gunste van loonsverhogingen voor werknemers [3][2].
Waarom tegen? Er is geen directe tegenargumentatie terug te vinden in de verstrekte fragmenten. De partij heeft geen standpunt ingenomen dat een overschot in sociale fondsen specifiek verdedigt of noodzakelijk acht.
Bronnen:
"Lasten op arbeid dalen fors door het afschaffen van premies." (0.680)
"De loonstijging komt vooral door het afschaffen van werkgeverspremies en de verbeterde sociale zekerheid bij werkloosheid, waardoor werkgevers hogere lonen moeten bieden om werknemers te behouden." (0.668)
"Voorbeeld: een bedrijf dat nu €5 miljoen aan werkgeverspremies betaalt, gebruikt dat bedrag straks voor loonsverhoging. Werknemers profiteren daarvan via de lagere belastingvrije voet en het basisinkomen." (0.650)