De regering moet zich maximaal inzetten om werknemers een hogere onbelaste reiskostenvergoeding te geven. Veel werknemers ontvangen nu nog geen of een te lage vergoeding, terwijl de fiscale regels hogere bedragen toelaten. Het is belangrijk dat ook mensen in beroepen zoals de schoonmaak of wijkverpleging de verhoging daadwerkelijk krijgen.
Motie van de leden Bikker en Jimmy Dijk
De kamer,
overwegende dat de maatregel 'verhogen onbelaste reiskostenvergoeding' niet
automatisch bij alle relevante werknemers terecht komt en dat een significant
deel van de werknemers nu geen of een lagere reiskostenvergoeding ontvangt
dan het onbelaste maximum;
overwegende dat het kabinet om die reden werkgevers oproept om van deze
fiscale faciliteit gebruik te maken
en met hen in overleg wil;
verzoekt de regering met een maximale inspanning eraan bij te dragen dat zoveel
mogelijk werknemers, zeker ook zij die nu geen of minder reiskostenvergoeding
ontvangen dan het onbelaste maximum - van de schoonmaker tot
de wijkverpleegkundige - de voorgestelde verhoging tegemoet kunnen zien, en de
Kamer hierover regelmatig te informeren.
Waarom voor? De SGP streeft naar een economie waarin mens en maatschappij opbloeien en een belangrijke waarde is de bescherming van werknemers [1]. De titel van hun hoofdstuk, 'De arbeider is zijn loon waard' [2], ondersteunt het principe dat werknemers een rechtvaardige compensatie moeten ontvangen voor hun werk, wat aansluit bij het verzoek in de motie om ervoor te zorgen dat werknemers de verhoogde reiskostenvergoeding ook daadwerkelijk ontvangen.
Waarom tegen? De SGP benadrukt dat economisch handelen vraagt om 'minder administratieve rompslomp voor ondernemers' [1]. Een overheidsinspanning om werkgevers te dwingen of te controleren op het uitbetalen van specifieke vergoedingen kan leiden tot extra administratieve druk voor werkgevers, wat in strijd is met dit streven.
Bronnen:
"Het Griekse woord voor econoom, oikonomos, komt in de Bijbel meermaals voor en wordt veelal vertaald met 'rentmeester'. Zoals een rentmeester de verantwoordelijkheid heeft het bezit van een ander te beheren en te gebruiken, zo heeft de mens de taak gekregen deze aarde te bouwen en te bewaren. Deze houding vormt een belangrijk vertrekpunt voor hoe wij kijken naar onze economie. Ongebreidelde groei en materialisme is zeker niet het Bijbelse ideaal. Ons economisch handelen moet tot doel hebben dat mens en maatschappij opbloeien. Daarom moeten we toe naar een economie die gebaseerd is op waarden, die robuust, sociaal, duurzaam en innovatief is. Dat vraagt om een goed vestigingsklimaat, met rechtvaardige belastingen voor burgers én minder administratieve rompslomp voor ondernemers. Dat vraagt ook om bescherming van werknemers, maar wel zo dat werkgevers hen graag in dienst blijven nemen." (0.685)