Betere naleving van het Dublin-systeem

Het kabinet moet Europese landen aansporen de regels van het Dublin-systeem weer strikt te volgen. Nu wijken landen vaak af van de afspraken, waardoor asielzoekers te lang in Nederland blijven. Ook is het proces door ingewikkelde regels te zwaar voor de IND (de Dienst voor het Immigratie en Naturalisatie). Landen moeten asielzoekers ook direct en goed registreren.

Motie van het lid Boomsma over tussen lidstaten bij Dublin- en AMMR-overdrachten weer uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel

De kamer, overwegende dat de werking van het Europese Asiel- en migratiepact afhankelijk is van handhaving van het Dublinsysteem; overwegende dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel daarbij formeel uitgangspunt is, maar daar in de praktijk al jaren van wordt afgeweken, waardoor asielzoekers in de Nederlandse procedure blijven; overwegende dat het risico bestaat dat lidstaten asielzoekers niet registreren of bewust laten doorreizen; overwegende dat Dublinoverdrachten steeds complexer en arbeidsintensiever zijn geworden door opeenstapeling van Europese jurisprudentie en toetsingscriteria, waardoor de uitvoerbaarheid voor de IND ernstig onder druk staat; verzoekt het kabinet: – erop aan te dringen dat tussen lidstaten bij Dublin- en AMMRoverdrachten weer moet worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en waar nodig op vereenvoudiging van het Unierecht en/of toelaatbaarheidstoetsen om dat te bewerkstelligen; – in de JBZ-Raad en in bilateraal overleg duidelijk te maken dat volledige en tijdige registratie, screening en opname in Eurodac essentieel is; – aan te dringen op goede monitoring van de uitvoering door frontstaten.
2 juni | JA21 | Aangenomen: 123–27 |

Stemuitslag

Behandeld op

  • 2 juni: Tweeminutendebat JBZ-Raad (Luxemburg) (CD 27/5)
  • 3 juni: Aanvang middagvergadering: STEMMINGEN (over moties ingediend bij het Tweeminutendebat JBZ-Raad (asiel en migratie))