Asielzoekers met procedure in ander EU-land

De regering moet geen opvang meer bieden aan asielzoekers die al een procedure in een ander EU-land hebben lopen. Deze mensen moeten zo snel mogelijk worden teruggestuurd naar het verantwoordelijke land. Het weigeren van opvang ontmoedigt mensen om naar een land te reizen. De Dublinverordening en het Migratiepact bepalen dat de eerste lidstaat waar een asielzoeker aankomt, verantwoordelijk is.

Motie van het lid Boomsma

De kamer, overwegende dat op grond van de Dublinverordening en het nieuwe Migratiepact de lidstaat van binnenkomst verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag; overwegende dat het besluit om opvang te weigeren voor asielzoekers die al in een ander EU-land een aanvraag hebben gedaan in Belgiƫ heeft geleid tot een daling van 83 procent in enkele maanden voor die groep, omdat het ontmoedigt om naar dat land te gaan, Verzoekt de regering, Geen opvang meerte bieden aan asielzoekers die al een asielprocedure in een ander land hebben lopen en deze zo snel mogelijk over te dragen aan en terug te brengen naar de verantwoordelijke lidstaat.
2 juni | JA21 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma SP

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij streeft naar een eerlijke verdeling van vluchtelingen in Europa, waarbij alle lidstaten naar draagkracht een bijdrage leveren [1]. Het motie sluit hierbij aan door de verantwoordelijkheid van de lidstaat van binnenkomst te handhaven, wat bijdraagt aan een georganiseerde verdeling [1]. Daarnaast wil de partij de asielprocedure niet laten verstoren [3] en zet zij in op effectieve processen en terugkeer waar dat nodig is [3].

Argumenten tegen: De partij benadrukt het belang van kwalitatieve opvang, met specifieke aandacht voor de behoeften van kinderen [2] en de veiligheid van minderheden [4]. Het volledig weigeren van opvang zou kunnen botsen met de wens om mensen een veilige en menselijke opvang te bieden [2][4].

Bronnen:

  1. "Vluchtelingen eerlijk verdelen in Europa. Als vluchtelingen niet veilig in de eigen regio kunnen worden opgevangen, dan nemen we ze op in de EU tot ze veilig kunnen terugkeren. Alle lidstaten moeten hier een bijdrage aan leveren. Dit doen landen naar draagkracht, ook ons land. Dat betekent dat vluchtelingen beter verdeeld worden."
  2. "Opvang met oog voor kinderen. Er zijn nog te veel opvanglocaties, met name noodopvanglocaties, die niet geschikt zijn voor kinderen. Kinderen moeten de mogelijkheid krijgen om normaal op te groeien, buiten te kunnen spelen en les te krijgen. Er moet toegang zijn tot kwalitatief goed onderwijs voor vluchtelingenkinderen en jongeren, zodat zij de kans krijgen om zich te ontwikkelen en vaardigheden op te doen. De afspraken uit de Kinderpardonregeling moeten worden nagekomen. De in ons land gewortelde kinderen die nog steeds niet weten waar ze aan toe zijn, moeten alsnog een verblijfsvergunning krijgen."
  3. "Mensen uit veilige landen apart opvangen. We moeten effectiever omgaan met mensen uit veilige landen. Individuen uit deze groep zorgen vaak voor de meeste overlast en overtredingen op en rondom aanmeld- en opvangcentra. Dit verstoort de asielprocedure en is funest voor het draagvlak. Aparte en strenge opvang moet terugkeer als functie hebben en ervoor zorgen dat mensen uit veilige landen niet meer in of rondom aanmeld- en opvangcentra blijven. Meer capaciteit bij de Dienst Terugkeer en Vertrek is nodig. Over terugkeer worden, indien mogelijk in EU-verband, afspraken gemaakt met de landen van herkomst."
  4. "Veilige opvang voor minderheden. We maken ons hard voor ruimhartige opvang van minderheden zoals mensen die vanwege de gevolgen van hun seksuele voorkeur, genderidentiteit of lichamelijke beperkingen gevlucht zijn. LHBTIQA+personen worden vaak blootgesteld aan fysiek en verbaal gevaar in opvanglocaties, we moeten hen een veilig verblijf bieden."