De regering moet in kaart brengen hoeveel vergunningen via een BOPA (een uitzondering op het omgevingsplan) worden verleend. De BOPA is bedoeld voor uitzonderingen, maar gemeenten gebruiken het nu te vaak als vervanging voor het aanpassen van het omgevingsplan. De regering moet maatregelen onderzoeken om de BOPA weer als uitzondering te gebruiken.
Motie van het lid Russcher over onderzoeken welke maatregelen nodig zijn om het gebruk van de BOPA terug te brengen tot waarvoor die is bedoeld
De kamer,
constaterende dat uit de evaluatie van de werking van de Omgevingswet
blijkt dat gemeenten in de praktijk veelvuldig kiezen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) in plaats van een wijziging van het
omgevingsplan;
constaterende dat de bestaande monitoring wel inzicht biedt in het aantal
BOPA’s, maar geen volledig landelijk beeld geeft van de verhouding
tussen vergunningverlening via de BOPA en besluitvorming via een
wijziging van het omgevingsplan;
overwegende dat de BOPA is bedoeld als instrument voor afwijkingen van
het omgevingsplan en niet als structureel alternatief voor het actualiseren
daarvan;
overwegende dat zonder inzicht in de omvang en de oorzaken van het
gebruik van de BOPA niet kan worden beoordeeld of de systematiek van
de Omgevingswet in de praktijk functioneert zoals door de wetgever is
beoogd;
verzoekt de regering landelijk in kaart te brengen welk aandeel van de
omgevingsvergunningen via een BOPA wordt verleend ten opzichte van
een wijziging van het omgevingsplan;
verzoekt de regering te onderzoeken welke maatregelen nodig zijn om het
gebruik van de BOPA terug te brengen tot het uitzonderlijke instrument
waarvoor die is bedoeld, en de Kamer hierover te informeren.