BOPA moet een uitzondering blijven

De regering moet in kaart brengen hoeveel vergunningen via een BOPA (een uitzondering op het omgevingsplan) worden verleend. De BOPA is bedoeld voor uitzonderingen, maar gemeenten gebruiken het nu te vaak als vervanging voor het aanpassen van het omgevingsplan. De regering moet maatregelen onderzoeken om de BOPA weer als uitzondering te gebruiken.

Motie van het lid Russcher over onderzoeken welke maatregelen nodig zijn om het gebruk van de BOPA terug te brengen tot waarvoor die is bedoeld

De kamer, constaterende dat uit de evaluatie van de werking van de Omgevingswet blijkt dat gemeenten in de praktijk veelvuldig kiezen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) in plaats van een wijziging van het omgevingsplan; constaterende dat de bestaande monitoring wel inzicht biedt in het aantal BOPA’s, maar geen volledig landelijk beeld geeft van de verhouding tussen vergunningverlening via de BOPA en besluitvorming via een wijziging van het omgevingsplan; overwegende dat de BOPA is bedoeld als instrument voor afwijkingen van het omgevingsplan en niet als structureel alternatief voor het actualiseren daarvan; overwegende dat zonder inzicht in de omvang en de oorzaken van het gebruik van de BOPA niet kan worden beoordeeld of de systematiek van de Omgevingswet in de praktijk functioneert zoals door de wetgever is beoogd; verzoekt de regering landelijk in kaart te brengen welk aandeel van de omgevingsvergunningen via een BOPA wordt verleend ten opzichte van een wijziging van het omgevingsplan; verzoekt de regering te onderzoeken welke maatregelen nodig zijn om het gebruik van de BOPA terug te brengen tot het uitzonderlijke instrument waarvoor die is bedoeld, en de Kamer hierover te informeren.
25 juni | FVD | Verworpen: 25–125 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma Volt

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil dat gemeenten meer capaciteit en budget krijgen om zowel de stroom aan bouwvergunningsaanvragen als wijzigingen van het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) effectief te kunnen behandelen [1]. Daarnaast streeft de partij naar centrale regie in de ruimtelijke ordening om provincies en gemeenten meer duidelijkheid te bieden [3]. Het in kaart brengen van het gebruik van de BOPA sluit aan bij de behoefte aan inzicht in de werking van de systematiek en het bieden van duidelijkheid voor lokale overheden [3].

Argumenten tegen: De partij zet zich in voor het versnellen van de doorlooptijden van procedures bij woningbouwprojecten [2]. Indien de maatregelen om het gebruik van de BOPA te beperken leiden tot langere, meer complexe procedures (zoals het verplichte wijzigen van een omgevingsplan), zou dit in strijd kunnen zijn met het doel om de bouw van woningen te versnellen [2].

Bronnen:

  1. "We zorgen voor meer capaciteit en budget bij gemeenten, om hen te helpen de grote stroom aan bouwvergunningsaanvragen en bestemmingsplanwijzigingen sneller te kunnen behandelen, ingevoerd te raken in de omgevingswet en actiever grond- en bouwbeleid te voeren. Op korte termijn detacheren we medewerkers, bijvoorbeeld vanuit de provincie. Rijksoverheid en provincie maken een plan voor een structurele oplossing, zoals de uitrol van traineeships en een 'flexibele schil' van overheidspersoneel dat inzetbaar is in de hele provincie."
  2. "De bouw van woningen kan soms jarenlang niet starten, omdat er lange bezwaren en beroepen lopen tegen de vergunningverlening. We versnellen de doorlooptijden van de bezwaar- en beroepsprocedures, zodat omgevingsvergunningen voor woonprojecten veel sneller definitief worden. Zolang we in een wooncrisis zitten, kan het daarbij nodig zijn om hoger beroep te beperken en alle vergunningszaken in woonprojecten voor te leggen aan de Raad van State als enige rechter. We onderzoeken of de capaciteit van de Raad van State kan worden verhoogd."
  3. "We moeten centraal regie voeren op de ruimtelijke ordening en deze integraal bekijken. Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) moet de keuzes voor de toekomst maken, zodat provincies en gemeenten meer duidelijkheid krijgen. Dan kunnen we in heel Nederland toekomstbestendig bouwen. Volt wil aan de Nota Ruimte een visie toevoegen voor Nederland in 2100. Hierin zorgen we dat er in de toekomst ruimte is voor duurzame landbouw, wonen, natuur, industrie en infrastructuur, met als uitgangspunt een duurzame leefomgeving voor mens en natuur. We passen de Woningwet aan, zodat in de besluitvorming rekening gehouden moet worden met het klimaat en andere leefomstandigheden over 30 jaar."