De regering moet in kaart brengen hoeveel vergunningen via een BOPA (een uitzondering op het omgevingsplan) worden verleend. De BOPA is bedoeld voor uitzonderingen, maar gemeenten gebruiken het nu te vaak als vervanging voor het aanpassen van het omgevingsplan. De regering moet maatregelen onderzoeken om de BOPA weer als uitzondering te gebruiken.
Motie van het lid Russcher over onderzoeken welke maatregelen nodig zijn om het gebruk van de BOPA terug te brengen tot waarvoor die is bedoeld
De kamer,
constaterende dat uit de evaluatie van de werking van de Omgevingswet
blijkt dat gemeenten in de praktijk veelvuldig kiezen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) in plaats van een wijziging van het
omgevingsplan;
constaterende dat de bestaande monitoring wel inzicht biedt in het aantal
BOPA’s, maar geen volledig landelijk beeld geeft van de verhouding
tussen vergunningverlening via de BOPA en besluitvorming via een
wijziging van het omgevingsplan;
overwegende dat de BOPA is bedoeld als instrument voor afwijkingen van
het omgevingsplan en niet als structureel alternatief voor het actualiseren
daarvan;
overwegende dat zonder inzicht in de omvang en de oorzaken van het
gebruik van de BOPA niet kan worden beoordeeld of de systematiek van
de Omgevingswet in de praktijk functioneert zoals door de wetgever is
beoogd;
verzoekt de regering landelijk in kaart te brengen welk aandeel van de
omgevingsvergunningen via een BOPA wordt verleend ten opzichte van
een wijziging van het omgevingsplan;
verzoekt de regering te onderzoeken welke maatregelen nodig zijn om het
gebruik van de BOPA terug te brengen tot het uitzonderlijke instrument
waarvoor die is bedoeld, en de Kamer hierover te informeren.
Argumenten voor: De partij wil dat de overheid strikt normen stelt en handhaaft op het gebied van milieu en volksgezondheid [1]. Het structureel gebruiken van een afwijkingsinstrument zoals de BOPA in plaats van het werken via een integraal omgevingsplan, zou kunnen betekenen dat de zorgvuldige inpassing van zaken als groen, water en natuur in de ruimtelijke ordening onder druk komt te staan [4341, 4307].
Argumenten tegen: De partij streeft naar het versimpelen en versnellen van vergunningsprocedures om de woningcrisis te bestrijden [3897, 3887]. Zij willen voorkomen dat bouwprojecten vastlopen in complexe regels of langdurige procedures [3887, 3897] en pleiten voor versnelde procedures [3] en landelijke goedkeuring om de beoordeling van projecten te vereenvoudigen [2]. Het beperken van de BOPA tot enkel een uitzonderlijk instrument kan de flexibiliteit verminderen die nodig is voor deze versnelling.
Bronnen:
"De laatste jaren zijn er te veel incidenten met bedrijven geweest waarbij uitstoot van stoffen werd geconstateerd die schadelijk zijn voor het milieu, zoals PFAS, (ultra)fijnstof of staalslakken. De overheid moet de sociale grondrechten op het gebied van leefmilieu en volksgezondheid garanderen door zelf normen te stellen en deze te handhaven. Omgevingsdiensten en de GGD zijn onvoldoende in staat gebleken snel en adequaat te handelen. Zij moeten beter toegerust worden om schadelijke uitstoot te voorkomen, handhavend op te treden en vergunningen in te kunnen trekken. Bedrijven houden zich helaas niet vanzelf aan de regels, we gaan minder uit van zelfregulering. Leefomgeving en ruimte gaan hand in hand. Daarom voegen we milieu weer toe aan het ministerie van VRO en herstellen we het succesvolle model van het voormalige ministerie van VROM."
"Rijk, provincie, gemeente en waterschap samenwerken. Alle provincies moeten meer plancapaciteit gaan programmeren, om het aantal gebouwde woningen te vergroten. Er worden steeds meer woningen in de fabriek gebouwd. Dit moedigen we aan en vereenvoudigen we door een landelijke goedkeuring, zodat niet elk project apart beoordeeld hoeft te worden. We maken het mogelijk om sneller belangrijke infrastructuur aan te leggen, zoals elektriciteitsvoorzieningen of bescherming tegen overstromingen. Hiervoor komt een wet of tijdelijke regeling. Provincies krijgen de taak om snel plannen op te stellen voor bescherming van diersoorten, zodat bouwen en natuur beter samengaan. Bezwaarprocedures worden korter: mensen of groepen zonder direct belang kunnen geen eindeloze vertraging meer veroorzaken. De Raad van State gaat werken met een snelle toets vooraf (zoals in Duitsland), om onnodige rechtszaken eruit te filteren."
"boerenbedrijven die PAS-melder zijn niet over de juiste vergunningen. We zetten alles op alles om deze groep ondernemers te legaliseren met een natuurvergunning. Zo moeten de provincies gebiedsgericht met voorrang vrijgekomen stikstofruimte ter beschikking stellen aan deze ondernemers. Daarvoor moet wel voldaan worden aan het additionaliteitsvereiste. Legalisering kan daarom niet losstaan van op natuurherstel gerichte maatregelen in combinatie met een geborgd emissiereductieplan. PAS-melders met een lage impact op de natuur worden via een versnelde, eenvoudige procedure gelegaliseerd. Op Europees niveau wordt ingezet op het hanteren van realistische referentiedata voor de staat van de natuur."