De regering moet in kaart brengen hoeveel vergunningen via een BOPA (een uitzondering op het omgevingsplan) worden verleend. De BOPA is bedoeld voor uitzonderingen, maar gemeenten gebruiken het nu te vaak als vervanging voor het aanpassen van het omgevingsplan. De regering moet maatregelen onderzoeken om de BOPA weer als uitzondering te gebruiken.
Motie van het lid Russcher over onderzoeken welke maatregelen nodig zijn om het gebruk van de BOPA terug te brengen tot waarvoor die is bedoeld
De kamer,
constaterende dat uit de evaluatie van de werking van de Omgevingswet
blijkt dat gemeenten in de praktijk veelvuldig kiezen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) in plaats van een wijziging van het
omgevingsplan;
constaterende dat de bestaande monitoring wel inzicht biedt in het aantal
BOPA’s, maar geen volledig landelijk beeld geeft van de verhouding
tussen vergunningverlening via de BOPA en besluitvorming via een
wijziging van het omgevingsplan;
overwegende dat de BOPA is bedoeld als instrument voor afwijkingen van
het omgevingsplan en niet als structureel alternatief voor het actualiseren
daarvan;
overwegende dat zonder inzicht in de omvang en de oorzaken van het
gebruik van de BOPA niet kan worden beoordeeld of de systematiek van
de Omgevingswet in de praktijk functioneert zoals door de wetgever is
beoogd;
verzoekt de regering landelijk in kaart te brengen welk aandeel van de
omgevingsvergunningen via een BOPA wordt verleend ten opzichte van
een wijziging van het omgevingsplan;
verzoekt de regering te onderzoeken welke maatregelen nodig zijn om het
gebruik van de BOPA terug te brengen tot het uitzonderlijke instrument
waarvoor die is bedoeld, en de Kamer hierover te informeren.
Argumenten voor: De partij streeft naar een overheid die niet vastloopt in een overdaad aan regels, procedures en richtlijnen [4] en wil dat wetgeving efficiënter, simpeler en goedkoper wordt gemaakt [3]. Ook wil de partij dat wetgeving werkbaar is [1]. Het structureel aanpakken van de inzet van de BOPA zou kunnen bijdragen aan een beter functionerende en meer voorspelbare Omgevingswet.
Argumenten tegen: De partij geeft aan dat zij minder onderzoeksmoties in de Tweede Kamer wil steunen [2] en bekritiseert de huidige praktijk waarbij de Kamer steeds om extra onderzoek vraagt [3]. Daarnaast wil de partij de overdaad aan regels, procedures en juridische hindernissen die leiden tot vertragingen bij bijvoorbeeld de bouw, aanpakken [4]. De motie, die specifiek vraagt om een landelijke inventarisatie en een onderzoek, sluit hierbij niet bij de wens om minder onderzoek en minder complexe procedures te hanteren [4][3].
Bronnen:
"Wet- en regelgeving werkbaar maken: Op het moment dat een structurele emissiereductie wettelijk is geborgd, zorgt de overheid voor de noodzakelijke randvoorwaarden. Zo worden PAS-melders, ondernemers die te goeder trouw hebben gehandeld maar nu zonder vergunning zitten, gelegaliseerd met bijvoorbeeld een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens. We willen per sector bekijken of een drempelwaarde mogelijk is - om te beginnen voor de bouw, die slechts tijdelijk een geringe uitstoot veroorzaakt. Er moeten weer vergunningen komen voor agrariërs om aan de slag te gaan met stikstofreducerende innovaties, waarvan het grote potentieel recent is aangetoond door onderzoek van de Wageningen Universiteit. En uiteindelijk moeten we waar mogelijk af van de eenzijdige focus op stikstof door op basis van onafhankelijke en langdurige monitoring de feitelijke staat van de natuur leidend te maken bij vergunningverlening."
"Minder ambtenaren door focus op kerntaken: We stellen een strenge norm dat maximaal één op de vier medewerkers bij de Rijksoverheid mag werken in overheadfuncties. Nu is dat nog de helft. Met de operatie effectieve overheid zorgen we ervoor dat er flink minder ambtenaren nodig zijn. Om te zorgen dat bij elk ministerie en bij elke uitvoeringsorganisatie de lat hoog wordt gelegd, willen we dat het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties doorzettingsmacht krijgt om de operatie effectieve overheid uit te voeren, om organisaties efficiënter in te richten en om samenwerking tussen organisaties vlot te trekken. Om vele ambtenaren niet onnodig aan het werk te houden beperken we de reikwijdte van de Wet open overheid en steunen we zelf minder onderzoeksmoties in de Tweede Kamer."
"Minder regelzucht, betere wetgeving: We zien nu te vaak dat de Tweede Kamer regel op regel stapelt, steeds om extra onderzoek vraagt en te vaak wetgeving ondoordacht verandert. Bij alle wetsbehandelingen kijken we hoe wetten efficiënter, simpeler en goedkoper kunnen worden. We maken meer tijd voor de behandeling van wetten en willen dat amendementen zoveel mogelijk voor aanvang van een debat worden ingediend en dat in het geval van ingrijpende amendementen er een week zit tussen het moment van indienen en de stemming over de amendementen. Bij ingrijpende amendementen moet het de standaard worden dat er een uitvoeringstoets wordt gedaan. Indien partijen de belastingen willen verhogen per amendement, moet altijd eerst in kaart worden gebracht wat het effect is voor het vestigingsklimaat en voor de koopkracht van werkende Nederlanders."
"Terwijl Nederland vooruit moet, loopt het land vast in regels en procedures. Door een overdaad aan beleidsstukken, regels, procedures, richtlijnen en juridische hoepels en een gebrek aan aandacht voor mensen, hebben we nu een overheid die overal over gaat, maar op weinig levert. De lijst voorbeelden is lang en lijkt eindeloos. Een vergunning voor bijvoorbeeld de uitbreiding van het stroomnet kost nu gemiddeld acht jaar. De bouw van huizen wordt steevast vertraagd door procedures. Zo'n 20% van de zorgmedewerkers geeft aan meer dan de helft van de tijd met administratie bezig te zijn. En zo zijn er nog talloze voorbeelden te noemen van een overheid die zichzelf en de samenleving aan een ketting van wetten, regels en procedures heeft gelegd. Dit zorgt ervoor dat we niet of veel te traag leveren op de prioriteiten van dit land. We zijn amper nog in staat om te bouwen en grote ambities te verwezenlijken. Dit leidt tot stilstand en achteruitgang. Dat kunnen we ons niet veroorloven in een onzekere wereld waarin alles wat ons dierbaar is op het spel staat. Daarom moet het roer om. En snel."