De regering moet een overgangsregeling van zes maanden maken voor mensen in de bijstand die gaan samenwonen. Zij behouden in deze periode hun uitkering. Dit voorkomt dat mensen afzien van samenwonen uit angst voor inkomensverlies of boetes. Hierdoor krijgen zij de ruimte om het samenwonen te proberen en dit helpt de doorstroming op de woningmarkt.
Motie van het lid Lahlah over een overgangsregeling van zes maanden voor mensen met een bijstandsuitkering die willen samenwonen
De kamer,
constaterende dat mensen met een bijstandsuitkering die willen samenwonen of dat willen proberen direct te maken kunnen krijgen met een
lagere uitkering of verlies van hun zelfstandige aanspraak op bijstand;
constaterende dat de huidige regels daarmee een drempel vormen om te
gaan samenwonen of dat uit te proberen;
constaterende dat we in een wooncrisis zitten;
overwegende dat het belangrijk is om mensen de ruimte te geven om
samenwonen uit te proberen zonder direct risico op inkomensverlies,
terugvordering of boetes;
overwegende dat het ontbreken van een overgangsperiode ertoe kan
leiden dat mensen afzien van samenwonen, terwijl dit ook de doorstroom
op de woningmarkt kan belemmeren;
verzoekt de regering om te regelen dat mensen met een bijstandsuitkering
gedurende de eerste zes maanden van samenwonen een overgangsregeling met voorwaarden krijgen, zodat zij in die periode hun uitkering
kunnen behouden.
Argumenten voor: De partij zet zich expliciet in voor het wegnemen van financiële belemmeringen bij het delen van een woning om het woningtekort aan te pakken en solidariteit te bevorderen [1]. Het voorstel uit de motie sluit aan bij de brede wens van de partij om de Participatiewet te hervormen met als kern 'versteviging van inkomenszekerheid' [2] en het creëren van ruimte voor mensen om samen te wonen, wat tevens bijdraagt aan de strijd tegen de wooncrisis [1][3].
Argumenten tegen: Er zijn geen argumenten in de verstrekte tekst gevonden die pleiten tegen het vergroten van inkomenszekerheid of het stimuleren van samenwonen tijdens een overgangsperiode voor mensen met een bijstandsuitkering.
Bronnen:
"Mensen zijn bereid om voor elkaar te zorgen. Familieleden, vrienden of kennissen openen hun deur voor iemand in woonnood. Maar wie dat doet, wordt nu financieel gestraft via de kostendelersnorm: hoe meer mensen in één huis wonen, hoe lager de uitkering per persoon. Dat is niet rechtvaardig. Daarom schaffen we de kostendelersnorm in de Participatiewet af voor mensen die onderdak bieden aan iemand in nood of bereid zijn om hun woning te delen met iemand anders. Zo maken we ruimte voor echte solidariteit en versterken we de basis van onze samenleving: de bereidheid om naar elkaar om te zien. Bovendien helpt dit direct in de strijd tegen woningnood. Door bestaande woningen beter te benutten en mensen de vrijheid te geven om samen te wonen, creëren we snel extra woonruimte zonder dat daar nieuwbouw voor nodig is."
"De Participatiewet is het vangnet zodat iedereen volwaardig mee moet kunnen doen in de samenleving. Nu de wijzigingen van de Participatiewet op korte termijn in gang zijn gezet, is het tijd voor een hervorming van de Participatiewet op lange termijn. Vereenvoudiging van inkomensondersteuning en versteviging van inkomenszekerheid (ook bij de overgang tussen dagbesteding, bijstand en betaald werk) moet daarbij de kern zijn. Onderdeel daarvan ook is perspectief voor chronisch zieken en mensen met een medische urenbeperking in de bijstand,de afschaffing van de 4-wekenzoektermijn bij jongeren en meer ruimte voor initiatieven zoals het bouwdepot dat kwetsbare jongeren financiële stabiliteit biedt."
"Steeds vaker zien we het gebeuren: een stadswijk waar agenten of verpleegkundigen geen woning meer kunnen betalen. Een dorp waar jonge gezinnen zich niet meer kunnen vestigen, waardoor de toekomst van de basisschool en de buurtsuper onzeker wordt. De woningnood is niet langer een individueel probleem, maar raakt de samenleving als geheel. De verschillen op de woningmarkt worden steeds groter. Terwijl sommigen met gemak een huis kunnen kopen, blijven anderen langdurig vastzitten in onbetaalbare huur, in het ouderlijk huis op zolder, of vinden helemaal geen plek om te wonen. Dat heeft veel oorzaken: een tekort aan woningen, te weinig sociale huur, en een markt die vooral kansen biedt aan wie al bezit heeft. Of het nu in dorpen op het platteland, of in de stadswijken is: we hebben veel meer betaalbare woningen nodig. Kortom: er is een stevig, samenhangend en koersvast antwoord nodig om de wooncrisis op te lossen."