De regering moet een overgangsregeling van zes maanden maken voor mensen in de bijstand die gaan samenwonen. Zij behouden in deze periode hun uitkering. Dit voorkomt dat mensen afzien van samenwonen uit angst voor inkomensverlies of boetes. Hierdoor krijgen zij de ruimte om het samenwonen te proberen en dit helpt de doorstroming op de woningmarkt.
Motie van het lid Lahlah over een overgangsregeling van zes maanden voor mensen met een bijstandsuitkering die willen samenwonen
De kamer,
constaterende dat mensen met een bijstandsuitkering die willen samenwonen of dat willen proberen direct te maken kunnen krijgen met een
lagere uitkering of verlies van hun zelfstandige aanspraak op bijstand;
constaterende dat de huidige regels daarmee een drempel vormen om te
gaan samenwonen of dat uit te proberen;
constaterende dat we in een wooncrisis zitten;
overwegende dat het belangrijk is om mensen de ruimte te geven om
samenwonen uit te proberen zonder direct risico op inkomensverlies,
terugvordering of boetes;
overwegende dat het ontbreken van een overgangsperiode ertoe kan
leiden dat mensen afzien van samenwonen, terwijl dit ook de doorstroom
op de woningmarkt kan belemmeren;
verzoekt de regering om te regelen dat mensen met een bijstandsuitkering
gedurende de eerste zes maanden van samenwonen een overgangsregeling met voorwaarden krijgen, zodat zij in die periode hun uitkering
kunnen behouden.
Argumenten voor: Er is geen directe onderbouwing in het verkiezingsprogramma te vinden voor de specifieke motie om een overgangsregeling voor samenwonenden in de bijstand in te voeren. Het programma bevat geen standpunten over de Participatiewet of de zogenoemde kostendelersnorm.
Argumenten tegen: Er is geen directe onderbouwing in het verkiezingsprogramma te vinden voor een standpunt tegen deze specifieke motie. De genoemde fragmenten gaan over flexwerk [1], verhuurders [2], de no-riskpolis [3], onderwijs [4], bezwaarprocedures [5], de banenafspraak [6], loondoorbetaling bij ziekte [7] en huisvesting van arbeidsmigranten [8], maar bieden geen handvatten voor dit specifieke sociale zekerheidsvraagstuk.
Bronnen:
"De positie van de flexwerker wordt verbeterd om onzekerheid in werk en inkomen tegen te gaan, met oog voor die flexwerkers die juist behoefte hebben aan keuzevrijheid ten aanzien van hoeveel en wanneer zij werken."
"De laatste tijd zijn er diverse wetten aangenomen die de positie van verhuurders verslechteren, met een lager aanbod als gevolg. Het is tijd om het evenwicht weer te herstellen, zodat vooral de middenhuursector weer kan groeien. Dit kan door de rendementen te verhogen door aanpassingen in de belasting op vermogen. Of door verbeteringen in de verhuurregelgeving."
"De no-riskpolis wordt breed beschikbaar ter ondersteuning van werkgevers die iemand met een beperking in dienst nemen."
"Onderwijs vormt kinderen en jongeren en brengt hen kennis bij om zo hun plaats in de samenleving in te nemen. Het ligt in het verlengde van de opvoeding thuis. We hechten daarom aan de vrijheid van onderwijs. Ook is ruimte voor de professional, voldoende budget en een goede aansluiting op vervolgonderwijs en arbeidsmarkt nodig."
"Gemeenten worden gestimuleerd om bij bezwaarprocedures bij de Raad van State in gesprek te gaan met de bezwaarmaker over het bezwaar en de maatschappelijke consequenties daarvan."
"Het wordt voor bedrijven eenvoudiger mensen uit de doelgroep banenafspraak aan het werk te helpen door te snoeien in het aantal loketten en subsidies. Er komt een offensief om de achterstand van de overheid ten aanzien van de banenafspraak in te lopen."
"De verplichte loondoorbetaling bij ziekte wordt in een eerste stap verkort van twee naar anderhalf jaar."
"Een goede en passende huisvesting van arbeidsmigranten is cruciaal. Niet alleen om de druk op de woningmarkt te verminderen, maar ook om de woonomstandigheden van deze migranten te verbeteren, bijvoorbeeld via niet-zelfstandige woonruimten. De SGP wil ook de koppeling tussen werk en huisvesting weer positief en verantwoord inzetten."