Overgangsregeling samenwonen bijstand

De regering moet een overgangsregeling van zes maanden maken voor mensen in de bijstand die gaan samenwonen. Zij behouden in deze periode hun uitkering. Dit voorkomt dat mensen afzien van samenwonen uit angst voor inkomensverlies of boetes. Hierdoor krijgen zij de ruimte om het samenwonen te proberen en dit helpt de doorstroming op de woningmarkt.

Motie van het lid Lahlah over een overgangsregeling van zes maanden voor mensen met een bijstandsuitkering die willen samenwonen

De kamer, constaterende dat mensen met een bijstandsuitkering die willen samenwonen of dat willen proberen direct te maken kunnen krijgen met een lagere uitkering of verlies van hun zelfstandige aanspraak op bijstand; constaterende dat de huidige regels daarmee een drempel vormen om te gaan samenwonen of dat uit te proberen; constaterende dat we in een wooncrisis zitten; overwegende dat het belangrijk is om mensen de ruimte te geven om samenwonen uit te proberen zonder direct risico op inkomensverlies, terugvordering of boetes; overwegende dat het ontbreken van een overgangsperiode ertoe kan leiden dat mensen afzien van samenwonen, terwijl dit ook de doorstroom op de woningmarkt kan belemmeren; verzoekt de regering om te regelen dat mensen met een bijstandsuitkering gedurende de eerste zes maanden van samenwonen een overgangsregeling met voorwaarden krijgen, zodat zij in die periode hun uitkering kunnen behouden.
15 april | GL-PvdA | Verworpen: 42–108 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma JA21

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: Er is geen directe ondersteuning in de fragmenten voor een overgangsregeling voor mensen in de bijstand. Een argument voor zou kunnen zijn dat de overheid mensen moet faciliteren in hun sociale verbanden en onderlinge hulp, zoals benoemd: 'Binnen de gemeenschappen waar ze deel van uitmaken, zorgen mensen voor elkaar' [1].

Argumenten tegen: De partij focust op eigen verantwoordelijkheid en stelt dat de overheid slechts in bijzondere omstandigheden moet ingrijpen om te voorkomen dat mensen in de verdrukking komen [1]. Het creëren van een nieuwe overgangsregeling binnen de bijstand kan worden gezien als extra overheidsbemoeienis in plaats van het uitvoeren van kerntaken.

Bronnen:

  1. "Tegelijkertijd is elke Nederlander meer dan een individu. Binnen de gemeenschappen waar ze deel van uitmaken, zorgen mensen voor elkaar en vormen zij het hart van de samenleving. Het is deze samenleving die door mensen zelf gevormd wordt, en die mensen hun thuis noemen. Dit thuis moet de overheid niet sturen, maar juist zo veel mo -gelijk faciliteren en cultiveren. De overheid heeft bij JA21 dan ook primair de verantwoordelijkheid om haar kernta -ken uit te voeren en zorg te dragen voor collectieve voorzieningen. Alleen in bijzondere omstandigheden neemt de overheid verantwoordelijkheden voor haar rekening om te voorkomen dat mensen in de verdrukking komen en daar niet zelf in kunnen voorzien."