De regering moet een overgangsregeling van zes maanden invoeren voor mensen met een bijstandsuitkering die gaan samenwonen. Nu riskeren zij direct een lager inkomen of boetes. Dit vormt een drempel om samen te wonen, wat de doorstroom op de overvolle woningmarkt belemmert.
Motie van het lid Lahlah
De kamer,
constaterende dat mensen met een bijstandsuitkering die willen samenwonen of dat
willen uitproberen direct te maken kunnen krijgen met een lagere uitkering of verlies van
hun zelfstandige aanspraak op bijstand;
constaterende dat de huidige regels daarmee een drempel
vormen
om te gaan
samenwonen of dat uit te proberen;
constaterende
dat we in een wooncrisis zitten;
overwegende dat het belangrijk is om mensen de ruimte te geven om samenwonen uit te
proberen zonder direct
risico op inkomensverlies, terugvordering of boetes;
overwegende dat het ontbreken van een overgangsperiode ertoe kan leiden dat mensen
afzien van samenwonen, terwijl dit ook de doorstroom op de woningmarkt kan
belemmeren;
verzoekt de regering om te regelen dat mensen met een bijstandsuitkering gedurende de
eerste zes maanden van samenwonen
een overgangsregeling met voorwaarden krijgen,
zodat zij in die periode hun uitkering kunnen behouden.
Waarom voor? Er is geen directe ondersteuning in het verkiezingsprogramma voor het verstrekken van een overgangsregeling voor samenwonen in de bijstand. Het enige argument dat in de verte raakt aan het verlagen van drempels in de bijstand is het principe dat 'Werken moet lonen', waarbij ruimte wordt gegeven aan mensen die aan de slag gaan [1].
Waarom tegen? De partij stelt dat 'De bijstand is niet vrijblijvend' en wil juist de 'Participatiewet en het toeslagenbeleid aanscherpen' [2]. Ze benadrukken streng handhaven en kortingen op de uitkering bij het niet voldoen aan verplichtingen of het weigeren van werk [2]. Een maatregel die de regels voor bijstandsgerechtigden versoepelt of drempels voor 'samenwonen zonder risico op inkomensverlies' wegneemt, past niet bij de ideologie van striktheid en het voorkomen van misbruik van de bijstand [2].
Bronnen:
"Werken moet altijd lonen: Veel mensen met een bijstandsuitkering twijfelen of ze erop vooruitgaan als ze voltijds gaan werken. In de meeste gevallen gaan ze erop vooruit, maar door de wirwar aan regels en onzekerheid durven mensen de stap niet aan. Bijstandsgerechtigden die aan de slag gaan, mogen als dat nodig is tot zes maanden na het beginnen met een voltijdsbaan een bedrag claimen dat hun inkomen aanvult tot het niveau dat ze hadden." (0.716)
"De bijstand is niet vrijblijvend: Ondanks de vele statushouders die het goede voorbeeld geven door te werken, benutten ook velen onze gastvrijheid zonder bij te dragen aan Nederland. Daarom scherpen we de Participatiewet en het toeslagenbeleid aan. Wie onvoldoende Nederlands spreekt en geen moeite doet om dit te leren, wordt fors op de uitkering gekort. Er komt een extra korting bij het langdurig niet voldoen aan de taaleis. Uitkeringsgerechtigden die een geschikte baan weigeren, worden ook gekort. We willen dat gemeenten hier streng op handhaven, te vaak gebeurt dat nu niet. We willen dat mensen in de bijstand, autochtoon of nieuwkomer, actief aan een baan worden geholpen, waarbij we naar Rotterdams model kiezen voor focus op intensieve hulp voor mensen die het meest kans hebben om snel aan het werk te gaan." (0.654)