Afwijzing sharia in Palestijnse grondwet

De regering moet in diplomatieke gesprekken aangeven dat Nederland geen Palestijns bestuur steunt waarbij de sharia leidend is. De huidige conceptgrondwet van de Palestijnse Autoriteit bevat onwenselijke wetgeving die minderheden kan onderdrukken. Dit beleid staat haaks op de hervormingen die de internationale gemeenschap van de Palestijnse Autoriteit vraagt.

Motie van het lid Ceder over in diplomatieke contacten benadrukken dat Nederland onderdrukking van minderheden middels shariawetgeving niet kan steunen

De kamer, constaterende dat de ontwerpgrondwet van de Palestijnse Autoriteit de sharia benoemt als een primaire bron van wetgeving en nergens enige vorm van co-existentie met Joden voorkomt in de stukken; overwegende dat de internationale gemeenschap verdere hervormingen heeft geëist van de PA en het gepresenteerde voornemen op meerdere onderdelen op gespannen voet staat met deze eis; spreekt uit dat de conceptgrondwet waarin de sharia leidend is voor een Palestijns bestuur onwenselijk is; verzoekt de regering in haar diplomatieke contacten expliciet te benadrukken dat Nederland een politieke richting waarbij de shariawetgeving zo wordt ingericht dat er onderdrukkende mechanismen voor minderheden ontstaan, niet kan steunen en tevens niet verenigbaar acht met de hervormingen zoals de internationale gemeenschap die van de PA verwacht.
16 april | CU |

Partijstandpunten

Verkiezingsprogramma SP over dit onderwerp

Stemverwachting: tegen (zeer onzeker, 40%)

Waarom voor? Er is geen directe ondersteuning voor de motie in het programma. Het argument voor de motie zou kunnen zijn dat de partij kiest voor 'respect voor de rechten van mensen' [1], wat zou kunnen inhouden dat onderdrukkende mechanismen voor minderheden worden afgewezen.

Waarom tegen? De partij stelt dat hun buitenlandbeleid draait om 'vrede, gelijkwaardigheid en solidariteit' [1] en 'respect voor (...) volken' [1]. Het actief beïnvloeden van de interne wetgevingsprocessen van de Palestijnse Autoriteit zoals verzocht in de motie zou als een inbreuk op de soevereiniteit kunnen worden gezien, wat niet strookt met de nadruk op gelijkwaardigheid tussen volken.

Bronnen:

  1. "De wereldorde van vandaag is gebouwd op macht en rijkdom voor enkelen, terwijl miljarden mensen achterblijven. Wij kiezen voor een andere weg: een buitenlandbeleid dat draait om vrede, gelijkwaardigheid en solidariteit. We zetten in op respect voor de rechten van mensen en volken, gelijkwaardigheid in het economisch systeem en samenwerking op ontwikkelingsgebied." (0.689)