De regering moet in diplomatieke gesprekken aangeven dat Nederland geen Palestijns bestuur steunt waarbij de sharia leidend is. De huidige conceptgrondwet van de Palestijnse Autoriteit bevat onwenselijke wetgeving die minderheden kan onderdrukken. Dit beleid staat haaks op de hervormingen die de internationale gemeenschap van de Palestijnse Autoriteit vraagt.
Motie van het lid Ceder over in diplomatieke contacten benadrukken dat Nederland onderdrukking van minderheden middels shariawetgeving niet kan steunen
De kamer,
constaterende dat de ontwerpgrondwet van de Palestijnse Autoriteit de
sharia benoemt als een primaire bron van wetgeving en nergens enige
vorm van co-existentie met Joden voorkomt in de stukken;
overwegende dat de internationale gemeenschap verdere hervormingen
heeft geëist van de PA en het gepresenteerde voornemen op meerdere
onderdelen op gespannen voet staat met deze eis;
spreekt uit dat de conceptgrondwet waarin de sharia leidend is voor een
Palestijns bestuur onwenselijk is;
verzoekt de regering in haar diplomatieke contacten expliciet te
benadrukken dat Nederland een politieke richting waarbij de shariawetgeving zo wordt ingericht dat er onderdrukkende mechanismen voor
minderheden ontstaan, niet kan steunen en tevens niet verenigbaar acht
met de hervormingen zoals de internationale gemeenschap die van de PA
verwacht.