De regering moet per regio onderzoeken wat de gevolgen zijn van de aangekondigde maatregelen tegen hoge energiekosten. Uit onderzoek van TNO blijkt namelijk dat stijgende brandstofprijzen de ene regio harder raken dan de andere. Het huidige beleid van het kabinet vergroot deze verschillen tussen regio's alleen maar.
Motie van het lid Vermeer
De kamer,
overwegende dat TNO in het onderzoek “Impact van hoge fossiele
brandstofprijzen op de betaalbaarheid van autorijden” inzichtelijk heeft
gemaakt dat de gevolgen van stijgende brandstofprijzen regionaal sterk
verschillen;
overwegende dat de voorgestelde maatregelen van het kabinet deze
regionale verschillen zullen vergroten;
verzoekt de regering om de doorwerking van de voorgestelde acties
weerbaarheid energieschok expliciet in beeld te brengen voor verschillende
regio’s.
Waarom voor? De partij benadrukt dat 'mobiliteit vraagt om maatwerk per regio' [2] en dat iedere regio telt [1]. Het expliciet in beeld brengen van de regionale effecten van beleid sluit aan bij de wens voor een 'integrale en structurele aanpak door Rijk-regio-programma's' [3]. Door de impact van maatregelen per regio in kaart te brengen, kan de partij haar doelstelling realiseren om de unieke krachten en behoeften van regio's te versterken [1].
Waarom tegen? Er zijn in het verkiezingsprogramma geen argumenten gevonden die direct tegen het in kaart brengen van regionale effecten pleiten.
Bronnen:
"Elke regio draagt met eigen kracht bij aan de grote opgaven van Nederland: van energietransitie tot woningbouw en van natuur tot economie. Wij kiezen ervoor om die unieke kwaliteiten te versterken en verschillen te benutten, zodat regio's niet alleen ontvangen maar ook geven. Zo bouwen we samen aan een land waar elke regio telt en het geheel sterker is dan de som der delen." (0.719)
"Mobiliteit vraagt om maatwerk per regio. Wat in Zeeland werkt, werkt niet per se in Gelderland. In de ene regio is dat flexibel vervoer op aanvraag, in de andere een robuuste buslijn of een extra trein." (0.713)
"We willen een integrale en structurele aanpak door Rijk-regio-programma's, waarin we ook lopende programma's samenbrengen. Wat telt is de wederkerigheid. Dat vraagt om een stevige gezamenlijke inzet van Rijk en regio op ontwikkelagenda's, waarin provincie, gemeenten, onderwijs en bedrijfsleven samen optrekken. Zodat we recht doen aan de kansen en de kracht van de regio's. We borgen dat ambities uit lopende regiodeals en aanbevelingen uit 'Elke regio telt' onverkort doorgang vinden." (0.700)