Minder afhankelijkheid via middenmachten

De regering moet onderzoeken met welke middenmachten — landen met een gemiddelde wereldwijde invloed — Nederland kan samenwerken. Dit is nodig om minder afhankelijk te worden van andere landen voor belangrijke zaken zoals energie, medicijnen en grondstoffen. De wereldorde verandert snel en we kunnen niet meer blind vertrouwen op oude bondgenootschappen.

Motie van het lid Van Lanschot c.s. over in kaart brengen met welke middenmachten op welke terreinen intensiever kan worden samengewerkt

De kamer, overwegende dat de wereldorde snel verandert, waardoor Nederland en Europa niet meer vanzelfsprekend kunnen leunen op klassieke bondgenootschappen en handelsstromen; overwegende dat het daarom van belang is inzichtelijk te maken op welke vlakken Europa strategisch afhankelijk is van andere landen, bijvoorbeeld op het gebied van voedselzekerheid, kritieke grondstoffen, energie, technologie, geneesmiddelen en defensie-industrie; overwegende dat er in de samenwerking met middenmachten zoals India, Indonesië, Brazilië, Turkije, Marokko, Australië, Canada en de Golfstaten grote kansen liggen om de risico’s rond deze strategische afhankelijkheden te verminderen; verzoekt de regering om in de verdere uitwerking van de Beleidsbrief Buitenlandse Zaken in kaart te brengen met welke middenmachten op welke terreinen (zoals voedselzekerheid, kritieke grondstoffen, energie, technologie, geneesmiddelen en veiligheid) er potentie is om intensiever samen te werken en welke stappen we daarvoor moeten nemen.
20 mei | CDA, D66, VVD | Aangenomen: 147–3 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma SGP

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij stelt dat de wereldorde van regels en soevereiniteit onder druk staat en dat de rol van de Verenigde Staten verandert, terwijl landen als China en Rusland aan invloed winnen [1]. Om deze reden vindt de partij het essentieel om diplomatieke verbindingen te onderhouden en de Nederlandse belangen wereldwijd te behartigen [1]. Bovendien merkt de partij op dat Nederland en Europa ontwaken uit een 'geopolitieke winterslaap' en dat veranderende geopolitieke verhoudingen om actie vragen [2].

Argumenten tegen:

Bronnen:

  1. "Als klein land aan de zee is Nederland altijd sterk gericht geweest op de wereld om ons heen. We staan sterker als we samenwerken met buurlanden en bondgenoten. Dit draagt bij aan een sterke economie, bloeiende handelsrelaties en de bescherming van onze vrijheid. Een krachtig buitenlandbeleid is ook nodig voor handhaving van vrede en recht. De wereldorde van regels en soevereiniteit staat onder druk. De internationale rol van de Verenigde Staten verandert, terwijl autoritaire staten als China en Rusland aan invloed winnen. Dit vergt het onderhouden van diplomatieke verbindingen en het behartigen van onze Nederlandse belangen wereldwijd. Buitenlandse handel versterkt onze economie en welvaart, maar moet eerlijk en duurzaam zijn. Ontwikkelingssamenwerking ondersteunt onze verre naaste en bevordert stabiliteit, wat ook het belang van Nederland dient."
  2. "Nederland en Europa ontwaken uit een geopolitieke winterslaap. De wereldvrede is niet dichterbij gekomen, maar ze lijkt juist verder weg dan ooit. De Russische agressie in Oost-Europa, oorlogen in het Midden-Oosten en Afrika en veranderende geopolitieke verhoudingen eisen meer defensieinzet van Europa. Het behoort tot de kerntaken van de overheid om te zorgen voor een krachtige krijgsmacht."