De regering moet onderzoeken met welke middenmachten — landen met een gemiddelde wereldwijde invloed — Nederland kan samenwerken. Dit is nodig om minder afhankelijk te worden van andere landen voor belangrijke zaken zoals energie, medicijnen en grondstoffen. De wereldorde verandert snel en we kunnen niet meer blind vertrouwen op oude bondgenootschappen.
Motie van het lid Van Lanschot c.s. over in kaart brengen met welke middenmachten op welke terreinen intensiever kan worden samengewerkt
De kamer,
overwegende dat de wereldorde snel verandert, waardoor Nederland en
Europa niet meer vanzelfsprekend kunnen leunen op klassieke bondgenootschappen en handelsstromen;
overwegende dat het daarom van belang is inzichtelijk te maken op welke
vlakken Europa strategisch afhankelijk is van andere landen, bijvoorbeeld
op het gebied van voedselzekerheid, kritieke grondstoffen, energie,
technologie, geneesmiddelen en defensie-industrie;
overwegende dat er in de samenwerking met middenmachten zoals India,
Indonesië, Brazilië, Turkije, Marokko, Australië, Canada en de Golfstaten
grote kansen liggen om de risico’s rond deze strategische afhankelijkheden te verminderen;
verzoekt de regering om in de verdere uitwerking van de Beleidsbrief
Buitenlandse Zaken in kaart te brengen met welke middenmachten op
welke terreinen (zoals voedselzekerheid, kritieke grondstoffen, energie,
technologie, geneesmiddelen en veiligheid) er potentie is om intensiever
samen te werken en welke stappen we daarvoor moeten nemen.