Minder afhankelijkheid via middenmachten

De regering moet onderzoeken met welke middenmachten — landen met een gemiddelde wereldwijde invloed — Nederland kan samenwerken. Dit is nodig om minder afhankelijk te worden van andere landen voor belangrijke zaken zoals energie, medicijnen en grondstoffen. De wereldorde verandert snel en we kunnen niet meer blind vertrouwen op oude bondgenootschappen.

Motie van het lid Van Lanschot c.s. over in kaart brengen met welke middenmachten op welke terreinen intensiever kan worden samengewerkt

De kamer, overwegende dat de wereldorde snel verandert, waardoor Nederland en Europa niet meer vanzelfsprekend kunnen leunen op klassieke bondgenootschappen en handelsstromen; overwegende dat het daarom van belang is inzichtelijk te maken op welke vlakken Europa strategisch afhankelijk is van andere landen, bijvoorbeeld op het gebied van voedselzekerheid, kritieke grondstoffen, energie, technologie, geneesmiddelen en defensie-industrie; overwegende dat er in de samenwerking met middenmachten zoals India, Indonesië, Brazilië, Turkije, Marokko, Australië, Canada en de Golfstaten grote kansen liggen om de risico’s rond deze strategische afhankelijkheden te verminderen; verzoekt de regering om in de verdere uitwerking van de Beleidsbrief Buitenlandse Zaken in kaart te brengen met welke middenmachten op welke terreinen (zoals voedselzekerheid, kritieke grondstoffen, energie, technologie, geneesmiddelen en veiligheid) er potentie is om intensiever samen te werken en welke stappen we daarvoor moeten nemen.
20 mei | CDA, D66, VVD | Aangenomen: 147–3 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij wil de eenzijdige afhankelijkheid van de VS verminderen [6] door strategische relaties te verbreden met betrouwbare landen in het Midden-Oosten, Zuid-Amerika en belangrijke spelers als India en Indonesië [1]. Om de toegang tot kritieke grondstoffen te verbeteren, wil de partij bovendien de banden met Canada aanhalen [1]. De partij streeft naar nieuwe handelsverdragen met snelgroeiende economieën zoals India en de Verenigde Arabische Emiraten om afhankelijkheden af te bouwen [2]. Specifiek wordt het Mercosur-verdrag met Zuid-Amerika gezien als cruciaal voor de strategische soevereiniteit en het verkrijgen van kritieke grondstoffen, om zo minder afhankelijk te zijn van China of Rusland [2]. Daarnaast stelt de partij dat Europa zich moet ontwikkelen tot een derde geopolitieke macht [3] en dat er nieuwe partnerschappen nodig zijn in Zuid-Amerika en Zuid-Azië die bijdragen aan veiligheid en welvaart [4][5]. De partij ziet toegang tot kritieke materialen als een pure voorwaarde voor de veiligheid [7] en wil de afhankelijkheid van Chinese grondstoffen en technologie verkleinen [8].

Argumenten tegen:

Bronnen:

  1. "Koester oude vriendschappen en bouw nieuwe op: We moeten onze afhankelijkheid van een belangrijke bondgenoot als de VS beter in balans brengen, door het verbreden van onze strategische (economische) relaties. Denk hierbij aan nauwere banden met betrouwbare landen in het Midden-Oosten, Zuid-Amerika en belangrijke spelers als India en Indonesië. Daarnaast moeten we de banden met Canada en Groenland aanhalen, om onze toegang tot kritieke grondstoffen te verbeteren. We stellen voor Canada een douane-unie en voor Groenland een EU- lidmaatschap in het vooruitzicht."
  2. "Meer handelsverdragen om onze afhankelijkheden af te bouwen: We zetten vol in op nieuwe handelsverdragen met snelgroeiende economieën als India en de Verenigde Arabische Emiraten. Het is daarom onacceptabel dat het Mercosur-verdrag met Zuid-Amerika wordt geblokkeerd. Dit verdrag is een cruciaal wapen voor onze strategische soevereiniteit: het geeft ons toegang tot kritieke grondstoffen en bindt Zuid-Amerikaanse landen aan Europa in plaats van aan China of Rusland. Tegelijkertijd helpt het ons onze afhankelijkheden voor kritieke producten, diensten en grondstoffen van China af te bouwen. Om de belangen van onze ondernemers optimaal te dienen, worden beslissingen over nieuwe handelsmissies en -akkoorden altijd in nauwe afstemming met het ministerie van Economische Zaken genomen."
  3. "Europese landen moeten samen sterker worden op het wereldtoneel. We kunnen niet langer verwachten dat de VS altijd ingrijpen of dat China een betrouwbare handelspartner blijft. Dat vraagt om een EU die levert op handel en economische veiligheid, en om hechtere samenwerking tussen Europese NAVO-landen. Europa moet zich ontwikkelen tot een derde geopolitieke macht naast de VS en China. We hebben een Europees front nodig van landen die bereid zijn te doen wat nodig is, met een kopgroep die doorpakt waar anderen stilvallen. De coalition of the willing voor een vredesmacht in Oekraïne laat zien hoe pragmatische Europese samenwerking kan werken."
  4. "Om terug te keren naar echte vrede moet iedere euro bijdragen aan onze kernbelangen: veiligheid, vrijheid en economische kracht. Ontwikkelingshulp, VN-bijdragen en militaire inzet moeten allemaal direct in het teken staan van onze strategische positie. Geen deugpolitiek meer zonder concreet strategisch belang voor Nederland. De EU en de NAVO zijn cruciaal voor onze belangen, maar in deze onzekere wereld hebben we ook nieuwe vrienden nodig. Denk aan nieuwe partnerschappen en handelsverdragen met landen in Zuid-Amerika en Zuid-Azië die echt iets toevoegen aan onze veiligheid en welvaart."
  5. "Maar de huidige tijd vraagt om meer. Vrijhandel staat onder druk door handelstarieven die met de dag veranderen. Steeds meer landen bieden staatssteun aan bedrijven en voeren een actieve industriepolitiek. Economie wordt ingezet als machtsmiddel. Het antwoord op deze ontwikkeling schuilt voor Nederland in het makkelijker maken van zakendoen in Europa en over de grens. Door als Nederland en Europa sterk te zijn, zijn we beter opgewassen tegen andere landen en kunnen we de spelregels bepalen. Dat betekent in de Europese Unie het gelijktrekken van regels voor ondernemers. En buiten de EU, door nieuwe handelsvrienden te maken, bijvoorbeeld in Zuid-Amerika of met India. Tegelijkertijd moeten de investeringen in moderne technologieën in ons land fors omhoog, zoals in quantummechanica, chips en kunstmatige intelligentie, zoals in de Nationale Technologiestrategie. Zo kunnen we technologische leiders worden in plaats van volgers. Het is daarbij belangrijk dat ondernemers goed kunnen samenwerken met de overheid en met kennisinstellingen."
  6. "Een volwassen relatie met de Verenigde Staten: De eenzijdige afhankelijkheid van Nederland en de rest van Europa van de VS is veel te groot, wie er ook in het Witte Huis woont. We zullen zelf veel meer moeten investeren in defensie, maar we zullen bijvoorbeeld ook onze afhankelijkheid van Amerikaanse software moeten verminderen. Tegelijkertijd heeft Nederland nauwe banden met de VS. Dit geeft ons de verantwoordelijkheid om de relatie met de Amerikanen te koesteren waar mogelijk."
  7. "In een wereld waar Poetin de gaskraan als wapen gebruikt, moeten we zo snel mogelijk onze energie-onafhankelijkheid verminderen. Klimaatbeleid is veiligheidsbeleid. Energiebeleid is veiligheidsbeleid. En ook handel is veiligheidsbeleid. Europa is grondstofarm. Toegang tot kritieke materialen en een eigen energievoorziening zijn pure voorwaarden voor onze veiligheid. Daarom moeten we fors investeren in kernenergie, windenergie op zee, waterstof, groen gas, zonneenergie, geothermie en in de tussentijd nieuwe gaswinning niet schuwen."
  8. "China behandelen als systeemrivaal: China vormt een bedreiging voor onze veiligheid en economie. We moeten daarom de afhankelijkheid van Chinese grondstoffen, technologie en infrastructuur verkleinen. Vitale aanbieders en hoogwaardige technologie worden beschermd tegen ongewenste invloed, met harde investeringsscreening. Samen met gelijkgezinde landen bouwen we aan economische weerbaarheid en zetten we stevig in op technologische soevereiniteit."