De regering moet uitdragen en borgen dat wantrouwen tegen de overheid niet als extremistisch wordt gezien. Diensten zoals de AIVD en NCTV mogen dit niet als een bedreiging voor de democratie behandelen. In een rechtsstaat is kritiek op de macht namelijk een belangrijk en rechtmatig onderdeel om de overheid te controleren.
Motie van het lid Van Meijeren over uitdragen dat wantrouwen jegens de overheid of democratische instituties niet ondermijnend of extremistisch is
De kamer,
constaterende dat de overheid, onder meer in publicaties van de AIVD en
NCTV over «anti-institutioneel extremisme», wantrouwen jegens de
overheid en democratische instituties presenteert als bedreiging voor de
democratische rechtsorde;
overwegende dat in een rechtsstaat de macht wordt begrensd door het
recht en dat kritiek op en wantrouwen jegens die macht daarvan een
legitiem en wezenlijk onderdeel zijn;
verzoekt de regering uit te dragen, en in de werkwijze van haar diensten te
borgen, dat het enkel uitdragen van de opvatting dat de overheid of
democratische instituties niet te vertrouwen zijn, op zichzelf geen
ondermijnende of extremistische activiteit is.
Argumenten voor: De partij wil handhaven bij wetsovertredingen [1]. Dit suggereert dat de focus van handhaving ligt op het strafbaar stellen van daadwerkelijke overtredingen, wat aansluit bij het standpunt dat het uiten van een mening (zoals wantrouwen) op zichzelf geen basis voor handhaving of het label 'extremisme' mag zijn.
Argumenten tegen:
Bronnen:
"Handhaven bij wetsovertredingen bij opzettelijke overlast door demonstraties."